Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 20 maart 2019
ECLI:NL:RBLIM:2019:2594
werknemer/Inashco B.V.
Feiten
Werknemer is op 1 augustus 2015 in dienst getreden van Inashco. In april 2018 heeft Inashco informatie ontvangen op grond waarvan bij haar het vermoeden is gerezen dat haar werknemers tijdens het winningsproces waardevolle metalen, waaronder goud, ontvreemden. Inashco heeft Hoffman bedrijfsrecherche B.V. (hierna: Hoffmann) ingehuurd om nader onderzoek te laten verrichten naar dit vermoeden. Op 4 oktober 2018 heeft werknemer zich ziek gemeld. Naar aanleiding van de beelden van Hoffmann hebben er gesprekken plaatsgevonden met meerdere werknemers. Vier werknemers hebben bekend goud te ontvreemden. Drie van deze werknemers leggen daarnaast een verklaring af waarin de naam van werknemer wordt genoemd. Inashco heeft werknemer uitgenodigd voor een gesprek en in de brief aangekondigd dat het gesprek zal gaan over een tegen werknemer gerezen verdenking dat hij bedrijfseigendommen heeft ontvreemd. Verder heeft zij in de brief vermeld dat, als werknemer verstek zal laten gaan, zij ervan uit zal gaan dat hij geen gebruik wenst te maken van deze gelegenheid om zijn zienswijze te geven en dat de gerezen verdenking jegens hem juist is. Inashco heeft ook medegedeeld dat er in dat geval sprake is van een dringende reden die ontslag op staande voet rechtvaardigt. Werknemer is niet verschenen op het gesprek. Wel heeft hij Inashco bericht dat hij zich niet tot overleg in staat achtte wegens zijn psychische gesteldheid. Op 28 november 2018 heeft Inashco werknemer medegedeeld dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het ontvreemden van bedrijfseigendommen, dat dit een dringende reden oplevert hem om die reden op staande voet te ontslaan. Werknemer vordert onder meer vernietiging van de opzegging en wedertewerkstelling.
Oordeel
De vraag is of werknemer bedrijfseigendommen (goud) van Inashco heeft ontvreemd. De kantonrechter is van oordeel dat op grond van hetgeen Inashco heeft aangevoerd het ervoor moet worden gehouden dat werknemer dat inderdaad gedaan heeft. Drie werknemers hebben, onafhankelijk van elkaar, verklaard dat werknemer goud heeft ontvreemd. De verweren van werknemer, waaronder dat de drie werknemers ‘hun straatje hebben willen schoonvegen’ en ‘een hekel aan hem hadden’ worden verworpen. Het ontvreemden van bedrijfseigendommen (goud) levert een dringende reden op om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Het ontslag is daarnaast onverwijld gegeven en niet is gebleken dat de opzegging verband houdt met de arbeidsongeschiktheid van werknemer. Het verzoek tot vernietiging van de opzegging van 28 november 2018 wordt afgewezen. Aan werknemer komt geen transitievergoeding of billijke vergoeding toe nu sprake is van ernstig verwijtbaar handelen.