Rechtspraak
Werknemer/werkgever
Feiten
Werkneemster is per 1 augustus 2016 als advocaat-medewerker voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij werkgever. In de arbeidsovereenkomst is onder meer een geheimhoudingsbeding opgenomen. Werkneemster oefent onder het patronaat van werkgever de praktijk als advocaat-stagiaire uit en is ingeschreven bij de Raad voor Rechtsbijstand. Tussen werkgever en werkneemster zijn problemen ontstaan met betrekking tot de aangevraagde toevoegingen op naam van werkneemster. Werkgever heeft werkneemster verzocht het kantoor per direct te verlaten omdat zij niet naar behoren zou functioneren. Werkneemster heeft per brief kenbaar gemaakt dat zij zich beschikbaar houdt voor werkzaamheden en dat haar is gebleken dat 'je intentie om mij als patroon te laten fungeren slechts een formaliteit is'. Er zouden meer dan 60 toevoegingen zijn aangevraagd op naam van werkneemster, zonder enig overleg. Werkgever heeft hierop gereageerd en gesteld dat de reden dat werkneemster was aangenomen was dat werkgever het toevoegingsmaximum zou hebben bereikt. Werkneemster heeft op 10 en 11 oktober 2016 contact gehad met de Deken met betrekking tot het patronaat en de toevoegingen en werkneemster heeft een melding gemaakt bij de Raad van de volgens haar (vele) ten onrechte op haar naam aangevraagde toevoegingen. Partijen hebben op 20 oktober 2016 een vaststellingsovereenkomst gesloten, met daarin een geheimhoudingsbeding en finale kwijting. De Raad heeft werkgever bericht dat werkneemster heeft aangegeven dat er toevoegingen zijn aangevraagd op haar naam, terwijl zij de cliënten in kwestie niet kent, en dat dit in strijd is met de wet- en regelgeving. De Raad heeft de beoordeling van declaraties opgeschort. Bij e-mail van werkgever – onder verwijzing naar de e-mail van de Raad – aan werkneemster heeft werknemer meegedeeld dat hij aanspraak maakt op de in de arbeidsovereenkomst vastgelegde boete van € 20.000 wegens schending van de geheimhoudingsplicht. In eerste aanleg heeft werkgever betaling van schadevergoeding gevorderd op grond van een onrechtmatige daad alsmede betaling van een dwangsom omdat werkneemster haar geheimhoudingsplicht schendt. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen. Ook de vordering van werkgever in een andere procedure tot vernietiging van de vaststellingsovereenkomst wegens bedrog dan wel dwaling en terugbetaling van het na 10 oktober 2016 betaalde loon is afgewezen. In hoger beroep vordert werkgever vernietiging van het bestreden vonnis.
Oordeel
Het hof overweegt dat de kwijting uit de vaststellingsovereenkomst in de weg staat aan de onderhavige vordering. Daarnaast kan de vordering niet worden toegewezen omdat tegenover de geheimhoudingsplicht in de arbeidsovereenkomst ook de verplichtingen staan die werkneemster als advocaat op zich heeft genomen. Werkneemster dient zicht te houden aan de Gedragsregels en de Inschrijvingsvoorwaarden van de Raad. Met haar meldingen aan de Deken en de Raad heeft werkneemster voldaan aan de uit de gedragscode en inschrijvingsvoorwaarden voortvloeiende plicht om misstanden te melden. In zo een geval kan niet in redelijkheid worden geoordeeld dat zij een boete heeft verbeurd wegens schending van het geheimhoudingsbeding. Goed werkgeverschap staat aan het innen van boetes in de weg. De vordering is daarnaast ook niet toewijsbaar op grond van onrechtmatige daad. Niet is gebleken dat de uitlatingen van werkneemster onjuist waren. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.