Rechtspraak
werkneemster/werkgever
Feiten
Werkneemster is met ingang van 1 augustus 2016 in dienst getreden van werkgever in de functie van vakkracht/keukenhulp. Artikel 3 van de arbeidsovereenkomst bepaalt dat werkneemster € 12,50 brutoloon per uur ontvangt, inclusief 8,85 procent vakantiegeld en inclusief 10,64 procent vakantierecht. Werkneemster vordert in kort geding onder meer veroordeling van werkgever tot het verstrekken van de loonstroken van januari en februari 2019, werkneemster in de gelegenheid te stellen haar verlofuren over de jaren 2018 en 2019 op te nemen met behoud van loon, achterstallig loon te voldoen over de maanden november 2018 tot en met februari 2019 alsmede de vakantietoeslag op te bouwen over het brutoloon over de periode 1 juni 2018 tot en met 31 mei 2019.
Oordeel
De kantonrechter wijst de vordering van werkneemster af op de volgende overwegingen.
Verstrekken loonspecificaties
Werkneemster heeft tot het moment van dagvaarding nimmer aan werkgever gevraagd de loonspecificaties van de maanden januari 2019 en later over te leggen. Werkgever heeft verklaard dat hij een kleine onderneming drijft, dat hij min of meer alles zelf doet en dat, als werkneemster daarom had gevraagd, hij de loonspecificaties zonder meer verstrekt zou hebben. De kantonrechter ziet op grond van dit relaas geen grond om werkgever te veroordelen de loonspecificaties te verstrekken. Een spoedeisend belang ontbreekt bovendien.
Vakantiedagen
Gesteld noch gebleken is dat werkgever werkneemster niet in de gelegenheid heeft gesteld vakantiedagen op te nemen noch dat hij haar in 2019 niet daartoe de gelegenheid zal bieden. Werkneemster heeft bovendien geen recht op een (extra) loonbetaling over de op te nemen vakantiedagen, nu uit de arbeidsovereenkomst immers blijkt dat het loon over vakantiedagen al verdisconteerd is in het brutoloon.
Betaling van achterstallig loon
Nu werkneemster geen concrete loonbedragen vordert en de door haar in het lichaam van de dagvaarding gegeven onderbouwing van haar vordering op onderdelen niet is te volgen, zal de kantonrechter haar vordering afwijzen. Ten overvloede overweegt de kantonrechter op dit onderdeel voorts dat, hoewel het een loonvordering betreft, het spoedeisend belang onvoldoende is komen vast te staan. Werkneemster voert namelijk aan dat werkgever reeds sinds 2017 te weinig loon betaalt en niet is gebleken dat zij de loonvordering niet reeds op een veel eerder moment had kunnen instellen.
Opbouw vakantietoeslag
Ook deze vordering wordt afgewezen. Er is geen grond om werkgever te veroordelen 'vakantietoeslag op te bouwen over het brutoloon'. De vakantietoeslag is immers in het brutoloon verdisconteerd.