Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 14 mei 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:1667
Werknemer/De Sneeker Pan V.O.F. – Vennoot X – Anup Kumar
Feiten
Werknemer is op 1 juni 2011 in dienst getreden bij De Sneeker Pan. Op 18 juni 2018 heeft een heftige woordenwisseling plaatsgevonden tussen werknemer en vennoot X naar aanleiding van een klacht van een klant. De Sneeker Pan heeft naar aanleiding van dit incident camera’s opgehangen. Werknemer is daar boos om geworden, heeft met zijn hand tegen een van de camera’s geslagen en de kabels losgetrokken. Daarover is discussie ontstaan, waarbij politie ter plaatse is gekomen. Werknemer heeft zich op 20 juni 2018 ziek gemeld. Op 20 juni respectievelijk 23 juni 2018 heeft vennoot X respectievelijk vennoot Y aangifte gedaan van bedreiging door werknemer. Werknemer is bij brief van 20 juni 2018 op staande voet ontslagen. In eerste aanleg heeft werknemer onder meer verzocht om een verklaring voor recht dat het ontslag onrechtmatig is alsmede betaling van de transitievergoeding en een billijke vergoeding. De kantonrechter heeft de verzoeken afgewezen. Werknemer komt tegen dit oordeel in hoger beroep.
Oordeel
Voor de beoordeling van de vraag of het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zijn de aan werknemer opgegeven redenen zoals vermeld in de ontslagbrief maatgevend en wordt het geschil tussen partijen afgebakend door de daarin genoemde verwijten. Nu werknemer de dringende redenen betwist, is het aan De Sneeker Pan om te bewijzen dat de dringende redenen zich hebben voorgedaan. Het hof overweegt dat De Sneeker Pan werknemer, na de doodsbedreiging die hij op 18 juni 2018 zou hebben geuit, op 20 juni 2018 weer heeft toegelaten tot het verrichten van zijn werkzaamheden. Gelet hierop kan niet worden geconcludeerd dat het incident op 18 juni 2018, wat daar ook van zij, voor De Sneeker Pan heeft gegolden als een dringende reden voor ontslag op staande voet. Met de overgelegde camerabeelden en geluidsopnames heeft De Sneeker Pan de gestelde doodsbedreiging op 20 juni 2018 niet bewezen. Door de camerabeelden staat verder vast dat werknemer geen camera’s van de muur heeft getrokken, terwijl niet is vast komen te staan dat de camera’s niet meer gebruikt konden worden. Het verwijt dat werknemer zou weigeren om bevelen van de werkgever op te volgen, wat daarvan ook zij, rechtvaardigt ten slotte evenmin ontslag op staande voet. Gezien het vorenstaande concludeert het hof dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is gegeven wegens het ontbreken van een dringende reden. De verzochte verklaring voor recht met die strekking zal daarom worden toegewezen.
Vergoedingen
De transitievergoeding wordt toegekend alsmede een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding weegt het hof mee dat het sluimerende conflict mogelijk had kunnen leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding op een termijn van één jaar. Daarnaast heeft werknemer sinds kort inkomsten uit parttime werk, is onbetwist gesteld dat de situatie hem veel stress geeft en is niet gemotiveerd weersproken dat rekening moet worden gehouden met de lage bedragen voor zijn overige nevenverzoeken. Ten aanzien van de mate van verwijtbaarheid aan de zijde van De Sneeker Pan weegt het hof mee dat zij het conflict met werknemer heeft laten escaleren door het ophangen van de camera’s, terwijl in dit opzicht van De Sneeker Pan als werkgever meer verwacht had mogen worden. Het hof wijst een bedrag van € 10.000 bruto toe aan billijke vergoeding.