Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Ketenzorg West-Friesland/werkneemster
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 25 juni 2019
ECLI:NL:RBNHO:2019:5725

Stichting Ketenzorg West-Friesland/werkneemster

Ontbinding arbeidsovereenkomst op g-grond. Aan werkneemster wordt een billijke vergoeding toegekend van € 34.000 bruto, omdat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever.

Feiten

Stichting Ketenzorg West-Friesland (hierna: Ketenzorg) is onderdeel van de Stichting Zorgkoepel West-Friesland (hierna: Zorgkoepel). Het managementteam (hierna: MT) van Zorgkoepel bestaat uit werkneemster, MT-lid 1, MT-lid 2, MT-lid 3, MT-lid 4 en MT-lid 5. Werkneemster is sinds 15 maart 2016 in dienst bij Zorgkoepel. De functie van werkneemster is hoofd financiën met een salaris van € 5.760,62 bruto per maand. Op 10 oktober 2018 heeft werkneemster in een gesprek met de bestuurder van Zorgkoepel opgemerkt dat zij zich zorgen maakte over het ICT-project HIX, omdat zij daarin geen voortgang zag, terwijl daarvoor wel een medewerker beschikbaar was gesteld. MT-lid 3 was de verantwoordelijke manager voor het ICT-project HIX. Dit punt is op de agenda van het MT-overleg van 11 oktober 2018 gezet. Bij brieven van 30 oktober 2018 zijn werkneemster en MT-lid 1 op non-actief gesteld. Aan MT-lid 2 is rond die datum meegedeeld dat zijn contract voor bepaalde tijd niet werd verlengd. In de brief van 30 oktober 2018 gericht aan werkneemster staat onder meer – kort samengevat – dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding door een escalatie in het MT van 11 en 18 oktober. Er heeft een mediationtraject plaatsgevonden tot 28 februari 2019. Ketenzorg verzoekt de arbeidsovereenkomst met werkneemster te ontbinden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. Volgens Ketenzorg is de samenwerking van werkneemster met collega’s en de bestuurder van Zorgkoepel in de loop van de tijd zodanig verslechterd dat sprake is van een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Ketenzorg heeft erop gewezen dat de situatie in een MT-overleg van 11 oktober 2018 is geëscaleerd, doordat werkneemster zich, gesteund door MT-lid 1 en MT-lid 2, laatdunkend heeft uitgelaten over MT-lid 3 en op onbehoorlijke en onacceptabele wijze verwijten heeft gemaakt over het functioneren van MT-lid 3. Bovendien heeft werkneemster zich niet willen laten bijsturen door de bestuurder van Zorgkoepel en heeft zij in een telefoongesprek van 12 oktober 2018 geen schuldbesef getoond voor haar wangedrag. Werkneemster heeft onder meer een billijke vergoeding verzocht.

Oordeel

De kantonrechter ziet aanleiding om aan werkneemster een billijke vergoeding toe te kennen. Ketenzorg heeft werkneemster op 30 oktober 2018 op non-actief gesteld. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Ketenzorg de door haar gemaakte verwijten over het gedrag en de wijze van communiceren van werkneemster, die volgens Ketenzorg de reden waren voor de verstoring van de arbeidsverhouding, onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd. Door Ketenzorg zijn geen verslagen overgelegd van functioneringsgesprekken of andere besprekingen waaruit voorafgaand aan het MT-overleg van 11 oktober 2018 enige aanwijzing blijkt van problemen met de wijze van communiceren of het gedrag van werkneemster. Ook ten aanzien van de directe aanleiding van de op non-actiefstelling, te weten het MT-overleg van 11 oktober 2018, zijn in de stukken geen aanknopingspunten te vinden waaruit blijkt dat werkneemster een verwijt treft. Ketenzorg heeft ook onvoldoende gedaan om de door haar ervaren problemen in de arbeidsverhouding met werkneemster aan te pakken en op te lossen. In de notulen van het MT-overleg van 18 oktober 2018 staat dat de besproken problemen aan de orde zullen komen in een coachingssessie van 2 november 2018. Ketenzorg heeft die sessie echter niet afgewacht, maar is op 30 oktober 2018 tot op non-actiefstelling overgegaan. Ook nadien heeft Ketenzorg geen opening meer geboden voor een herstel van de arbeidsrelatie, met name niet door de mededelingen van de bestuurder van Zorgkoepel van 22 november 2018, 14 februari 2019 en 5 april 2019 op HAweb, en de interne mededeling aan alle medewerkers op 2 april 2019, waarmee de bestuurder in feite de ‘deur heeft dichtgegooid’. Weliswaar is nog een mediationtraject doorlopen, maar dat heeft tot niets geleid. De conclusie is dan ook dat het ontstaan van de onwerkbare situatie te wijten is aan het handelen van Ketenzorg. Ketenzorg heeft hierdoor ernstig verwijtbaar gehandeld. De billijke vergoeding zal worden vastgesteld op een bedrag van € 34.000 bruto, te weten het directe inkomensverlies dat werkneemster zal lijden in de eerste twee jaar na het einde van de arbeidsovereenkomst, rekening houdend met een recht op WW-uitkering.