Naar boven ↑

Rechtspraak

HTM Personenvervoer N.V./werknemer
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 26 oktober 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:16152

HTM Personenvervoer N.V./werknemer

Voortdurend arbeidsconflict over gedrag en houding werknemer leidt – zeker gezien duur conflict, inspanningen werkgever en drie mislukte pogingen tot mediation – tot ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. Ontbindingsverzoek werkgever toegewezen.

Feiten

Werknemer is sinds 1 november 2001 in dienst bij HTM Personenvervoer N.V. (hierna: HTM), laatstelijk in de functie van gecertificeerd lasser. Tussen februari 2006 en februari 2014 is werknemer meermaals aangesproken op zijn functioneren. Nadien is werknemer meermaals aangesproken op zijn houding en gedrag en heeft HTM hem meermaals schriftelijk gewaarschuwd. In maart 2016 heeft werknemer zich ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft geadviseerd dat sprake is van een arbeidsconflict en heeft mediation voorgesteld. Mediation heeft niet geleid tot een oplossing. Nadat de bedrijfsarts heeft geadviseerd dat werknemer niet kan terugkeren op zijn oude werkplek, heeft HTM een re-integratiebureau ingeschakeld. Nadat het UWV had geoordeeld dat HTM niet heeft voldaan aan haar re-integratieverplichtingen, heeft HTM een mediator ingeschakeld. Deze mediation en ook een andere poging hebben niet geleid tot een oplossing. HTM verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden vanwege een verstoorde arbeidsverhouding.

Oordeel

Het meningsverschil tussen HTM en werknemer over zijn houding en gedrag heeft in de zomer van 2015 geleid tot een arbeidsconflict als gevolg waarvan werknemer arbeidsongeschikt is geraakt. Dat het arbeidsconflict sinds toen bestaat, partijen daarover (vele) gesprekken hebben gevoerd, dat HTM een externe casemanager heeft ingeschakeld en partijen bovendien drie pogingen hebben ondernomen tot mediation, maakt dat vast is komen te staan dat de arbeidsverhouding ernstig en duurzaam is verstoord. Het verweer dat de mediator niet onafhankelijk was of dat de mediation niet was gericht op oplossing van het conflict, maakt dit niet anders. Het eerste is niet onderbouwd en het tweede is niet relevant, aangezien dit aan partijen is en de mediaton driemaal is beëindigd op initiatief van de mediator. Dat de overgelegde brieven en gespreksverslagen een te eenzijdig beeld schetsen, heeft werknemer onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst.