Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 12 juli 2019
ECLI:NL:RBLIM:2019:6445
werknemer/stichting Innovo, stichting voor katholiek onderwijs
Feiten
Stichting Innovo, Stichting voor katholiek onderwijs (hierna: Innovo) is een koepelorganisatie voor ruim veertig scholen voor primair onderwijs in Zuid- en Midden-Limburg. Een van die scholen is De Pyler te Heerlen, die zich richt op speciaal onderwijs. Werknemer is op 1 augustus 1998 bij (de rechtsvoorganger van) Innovo in dienst getreden als schooldirecteur bij De Pyler. De Pyler heeft drie afdelingen met ieder een eigen locatiedirecteur, die hiërarchisch onder de schooldirecteur staan. Naar aanleiding van een ontvangen melding over een vermoeden van onregelmatigheden bij het beheer van de financiële middelen van De Pyler dan wel van het in strijd handelen met financiële regelingen van Innovo, heeft Innovo een onderzoek gestart. In dat kader heeft het college van bestuur van Innovo op 21 januari 2019 een gesprek met werknemer gevoerd, van welk gesprek een verslag is gemaakt. Het gesprek werd afgesloten met de mededeling van Innovo dat een onderzoek begonnen zou worden naar de diverse geldstromen binnen De Pyler. Nadat Innovo in het kader van voornoemd onderzoek in de administratie van SZO vier herhaaldelijk voorkomende maar onbekende rekeningnummers ontdekte, waarvan er een het rekeningnummer bleek te zijn waarop werknemer in het verleden zijn loon ontving, heeft Innovo op 29 januari 2019 een tweede gesprek met werknemer gevoerd over het beheer van de financiële middelen van De Pyler. Aan het einde van dat gesprek heeft Innovo aan werknemer te kennen gegeven voornemens te zijn om hem te schorsen en zich van advies te voorzien door Hoffmann Bedrijfsrecherche (hierna: Hoffmann). Ook van dit gesprek is een verslag gemaakt. Het voornemen om werknemer te schorsen is bij brief van 29 januari 2019 aan hem bevestigd. Op 11 april 2019 heeft Innovo werknemer in een gesprek op staande voet ontslagen. Die opzegging heeft Innovo dezelfde dag per aangetekende brief bevestigd. Werknemer verzoekt de kantonrechter onder meer het ontslag op staande voet te vernietigen.
Oordeel
Onweersproken staat vast dat werknemer vanaf het schooljaar 2012-2013 jaarlijks de 'Eigen verklaring schooldirecteur' willens en wetens in strijd met de waarheid heeft ingevuld en ondertekend. Werknemer wist van het bestaan van de mede door hemzelf opgerichte stichting SZO, waarvan hij erkent dat die is opgericht met als doel de binnenkomende gelden uit het zicht van Innovo te houden. Reeds met dit enkele feit heeft werknemer Innovo een dringende reden gegeven om de arbeidsovereenkomst op te zeggen. Dat werknemer vanaf medio 2013 het voorzitterschap van SZO aan een derde heeft overgedragen, doet daaraan niet af. Op 9 april 2019 heeft Innovo kennisgenomen van de bevindingen van Hoffmann en op 11 april 2019 heeft Innovo werknemer op basis van die bevindingen ontslagen. Dat is onverwijld. Op 19 april 2019 is het (definitieve) rapport van Hoffmann verschenen, dat op basis van uitvoerig onderzoek onomwonden concludeert tot fraude, bedrog en zelfverrijking door werknemer. Werknemer heeft de resultaten van het onderzoek van Hoffmann grotendeels als juist erkend, althans niet – dan slechts op onderdelen – gemotiveerd bestreden, maar heeft vooral een alternatief scenario gegeven voor de feiten en omstandigheden zoals die door Hoffmann na ampel onderzoek zijn vastgesteld. Ook staat vast dat werknemer, kort gezegd, in de loop der jaren successievelijk bedragen van de stichtingsrekening naar zijn privérekening is gaan overmaken, als ook naar rekeningen van zijn echtgenote, zoon en/of dochter. Hoffmann heeft het in totaal door werknemer naar ‘eigen’ rekeningen overgemaakte bedrag becijferd op ruim € 95.000. Dat werknemer geen andere dan valse – of zoals hij beweert: zelfs edelmoedige – motieven voor ogen heeft gestaan, acht de kantonrechter ongeloofwaardig. Dat dit als onhandig moet worden afgedaan of op vergissingen berust, is alleen gezien het aantal voorvallen al onaannemelijk. Het beeld dat uit het dossier oprijst, is dat van een schooldirecteur die bij gebrek aan een effectief systeem van (collegiaal) toezicht vrijelijk over significante geldsommen kon beschikken, tegen welke verleiding hij zich niet bestand heeft getoond. Dat valt om velerlei redenen te betreuren, niet in de laatste plaats omdat werknemer's capaciteiten als schoolbestuurder verder door niemand ooit in twijfel zijn getrokken. Het ontslag op staande voet blijft in stand.