Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 21 augustus 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:16414

werknemer/werkgever

Werknemer vordert achterstallig loon en stelt in dat kader dat een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen tussen hem en zijn werkgever en dat hij steeds 40 uur voor werkgever in de frietkraam heeft gewerkt. Bewijsopdracht met betrekking tot stellingen werknemer.  

Feiten

Werkgever exploiteert op de markt te X een frietkraam. Werknemer heeft per 1 november 2017 en tot 28 maart 2018 in loondienst van werkgever in die frietkraam werkzaamheden verricht. Voor die werkzaamheden heeft werkgever aan werknemer over de maanden november en december 2017 steeds een bedrag van € 142,61 netto uitbetaald en over de maanden januari en februari 2018 steeds een bedrag van € 142,72 netto. In deze procedure vordert werknemer nog betaling van werkgever van tot 28 maart 2018 onbetaald gebleven loon ter hoogte van het bruto equivalent van € 1.850 over de maanden november 2017 tot en met maart 2018, onder aftrek van wat bruto is uitbetaald, netto overeenkomend met € 8.679,34 met opbouw van verdere rechten, een en ander vermeerderd met de wettelijke verhoging en wettelijke rente.

Oordeel

In deze procedure heeft werknemer aan zijn verminderde vordering ten grondslag gelegd dat werknemer met werkgever is overeengekomen dat werknemer met ingang van 1 november 2017 in loondienst is getreden bij werkgever voor 40 uur per week tegen een nettoloon van € 1.850 per maand. Verder dat werknemer ingaande 1 november 2017 tot en met 27 maart 2018 steeds ten minste 40 uur per week heeft gewerkt voor werkgever. Werkgever heeft gemotiveerd weersproken dat de door werknemer gestelde arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen en ook dat werknemer wekelijks ten minste 40 uur voor werkgever heeft gewerkt in voormelde periode. Tegenover deze gemotiveerde betwisting ligt het op de weg van werknemer om de door hem gestelde arbeidsovereenkomst te bewijzen en ook om te bewijzen dat werknemer gedurende voormelde periode wekelijks ten minste 40 uren voor werkgever heeft gewerkt. De door werknemer overgelegde getuigenverklaringen leveren vooralsnog niet het (volledige) bewijs op van die stellingen van werknemer. Werknemer heeft aangeboden voormeld bewijs te leveren. In overeenstemming met dat bewijsaanbod zal werknemer worden toegelaten tot na te melden bewijslevering. Elke verdere beslissing wordt aangehouden.