Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Amersfoort), 3 juli 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:3127

werkneemster/werkgeefster

Ontslag op staande voet wordt vernietigd vanwege het ontbreken van een dringende reden.

Feiten

Werkneemster is sinds 1 september 2018 in dienst bij werkgeefster in de functie van begeleider bij een groep verstandelijk gehandicapte mensen met een lichamelijke beperking. Zij verricht haar werkzaamheden op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot en met 31 augustus 2019. Werkgeefster heeft op 31 januari 2019 met werkneemster een gesprek gevoerd over haar functioneren en heeft haar bij brief van 1 februari 2019 een schriftelijke waarschuwing gegeven. Op 4 februari 2019 heeft een vervolggesprek plaatsgevonden, waarna werkgeefster haar in een telefoongesprek op staande voet heeft ontslagen. Werkgeefster heeft dit ontslag op staande voet bevestigd door middel van een brief van 4 februari 2019. Werkneemster heeft zich bij brief van 6 maart 2019 op het standpunt gesteld dat het ontslag op staande voet vernietigbaar is en heeft aanspraak gemaakt op wedertewerkstelling en doorbetaling van haar loon. Werkgeefster heeft dit echter geweigerd. Werkneemster verzoekt de kantonrechter onder meer het ontslag op staande voet te vernietigen.

Oordeel

Onverwijldheid

De kantonrechter stelt vast dat uit de brieven van 1 en 4 februari 2019 inderdaad kan worden afgeleid dat de kritiek die werkgeefster had op het functioneren van werkneemster op 31 januari 2019 nog geen aanleiding gaf haar op staande voet te ontslaan, maar dat de opstelling van werkneemster tijdens het gesprek op 4 februari 2019 tot dit besluit heeft geleid. Dit besluit is dezelfde dag nog telefonisch aan haar meegedeeld en bevestigd in de brief van 4 februari 2019. Gelet hierop is het ontslag op staande voet onverwijld gegeven.

Dringende reden

Voor de vaststelling van de dringende redenen zijn de brieven van 1 en 4 februari 2019 van belang die werkgeefster aan werkneemster heeft verstuurd. De kantonrechter stelt vast dat de dringende redenen die werkgeefster in de brief van 4 februari 2019 noemt, vrij algemeen zijn geformuleerd. Partijen zijn het erover eens dat de overige verwijten die werkgeefster werkneemster in de brieven van 1 en 4 februari 2019 heeft gemaakt – waaronder de zeven klachten over haar functioneren die in de brief van 1 februari 2019 worden genoemd – als een nadere uitwerking van deze dringende redenen zijn te beschouwen. Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de bijkomende verwijten die in de brieven van 1 en 4 februari 2019 worden genoemd echter onvoldoende om de beslissing om werkneemster op staande voet te ontslaan te kunnen dragen. Uit de stukken die partijen in het geding hebben gebracht, blijkt dat de communicatie tussen werkneemster en haar collega’s vaak erg moeizaam was en dat er incidenten tussen hen hebben plaatsgevonden waarvan werkneemster een andere lezing heeft gegeven dan haar collega’s. Werkgeefster trekt hieruit kennelijk de conclusie dat werkneemster bij het beschrijven van deze incidenten niet de waarheid spreekt en haar collega’s wel. Naar het oordeel van de kantonrechter is deze conclusie niet noodzakelijkerwijs juist. Uit verschillende e-mails die werkneemster aan haar collega’s heeft gestuurd, blijkt dat zij zich op haar werkplek snel bedreigd en onveilig voelt en op haar vorige werkplek in de psychiatrie geregeld grensoverschrijdend gedrag heeft meegemaakt. Gelet op de mogelijke achtergrond van het gedrag van werkneemster tijdens de gesprekken op 31 januari 2019 en 4 februari 2019, zijn de aanvullende verwijten die in de brieven van 1 en 4 februari 2019 worden gemaakt – ook in samenhang beschouwd met de zeven klachten die eerder waren geuit – onvoldoende om een dringende reden voor ontslag op staande voet aan te nemen. Er was naar het oordeel van de kantonrechter op 4 februari 2019 geen sprake van een situatie waarin iedere weldenkende werkgever een einde zou maken aan de arbeidsovereenkomst. Werkgeefster had in dit geval kunnen volstaan met een lichtere sanctie, zoals een waarschuwing of overplaatsing.