Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 12 juli 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:5829
werknemer c.s./Hago Nederland B.V.
Feiten
Twee werknemers hebben voor 1 september 2018 in dienst van schoonmaakbedrijf X werkzaamheden verricht bij het object ‘Deerns’ te Rijswijk. Deze werkzaamheden vonden in de avonduren plaats. Naar aanleiding van een aanbestedingsprocedure is het object Deerns van X overgegaan op Hago Nederland B.V. (hierna: Hago). Dit betreft een contractwisseling met ingang van 1 september 2018. Op genoemde contractwisseling is de cao in het schoonmaak- en glazenwassersbedrijf van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2018 van toepassing (hierna: de cao). Tijdens een bijeenkomst op 12 juli 2018 bij Hago heeft Hago aan werknemers te kennen gegeven dat er bij Deerns geen werkzaamheden in de avond meer zullen worden uitgevoerd. Aan hen is de mogelijkheid geboden op het object Deerns te blijven, overdag, of om op een ander object binnen de regio in de avonduren te gaan werken. Werknemers hebben dit aanbod nimmer geaccepteerd. Werknemers vorderen thans veroordeling van Hago aan hen te betalen een bedrag van in totaal € 14.000 aan schadevergoeding. Werknemers stellen dat sprake is van overtreding van artikel 38 lid 3 van de cao, waarin is opgenomen dat na contractwisseling aan de werknemers een aanbod gedaan dient te worden voor het te wisselen object zonder enige wijziging in werktijd en -uren. Hago heeft geen werkzaamheden aangeboden op het object Deerns in de avonduren en dus in strijd met de cao-verplichtingen gehandeld, aldus werknemers.
Oordeel
De kantonrechter komt, anders dan werknemers, tot het oordeel dat aan hen wel degelijk een rechtsgeldig aanbod is gedaan als bedoeld in artikel 38 van de cao. Uit de offerte van Hago in de aanbesteding valt af te leiden dat Hago dagwerkzaamheden aanbiedt. Desgevraagd hebben werknemers aangegeven dat zij geen aanleiding hebben te veronderstellen dat er sinds de overname door Hago nog in de avond wordt schoongemaakt bij Deerns. De kantonrechter neemt derhalve als vaststaand aan dat Hago op het object Deerns alleen overdag schoonmaakwerkzaamheden verricht. Dit leidt tot de conclusie dat Hago aan werknemers op het object Deerns ook alleen die werkzaamheden kan aanbieden. Dit heeft zij ook gedaan. De kantonrechter is van oordeel dat Hago met dit aanbod heeft voldaan aan hetgeen op dat moment redelijkerwijs van haar kon worden verlangd. Temeer daar in artikel 38 van de cao is opgenomen dat bij het aanbieden van de arbeidsovereenkomst ook rekening gehouden dient te worden met artikel 8 van de cao. Dat met een dergelijke toepassing van artikel 8, artikel 38 een lege huls zou worden, zoals door werknemers betoogd, onderschrijft de kantonrechter niet. Juist het doen van een aanbod dat niet kan worden nagekomen, kan als een lege huls worden gezien. Daarnaast staat het de werknemer vrij om het aanbod al dan niet te accepteren. Als het aanbod wordt geweigerd dan blijft op grond van artikel 38 lid 5 van de cao de arbeidsovereenkomst met de oude werkgever van kracht. Het belang van werknemers bij een arbeidsovereenkomst op grond van een oneigenlijk aanbod is dus evenmin duidelijk geworden. Dat bedrijf X een andere lezing van de cao hanteert en kennelijk van oordeel is dat werknemers met de contractwisseling automatisch in dienst zijn getreden bij Hago, is vervelend voor werknemers, maar dit kan niet aan Hago worden tegengeworpen. Hago heeft voldaan aan haar verplichtingen uit de cao. De vordering van werknemers wordt daarom afgewezen.