Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 26 juli 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:3532
Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg/werkgever c.s.
Feiten
De verwerende partijen in dit geschil zijn ondernemingen (hierna gezamenlijk: werkgevers) die ondersteuning bieden aan huisartsen in de vorm van detachering van personeel. In de cao SSFH is – voor zover hier relevant – ten aanzien van de werkingssfeer van de cao opgenomen dat onder werkgever wordt verstaan ‘de rechtspersoon of de natuurlijk persoon die (nagenoeg) uitsluitend (een onderdeel van) huisartsenzorg levert, in enigerlei rechtsvorm’. De cao SSFH is algemeen verbindend verklaard tot en met 31 maart 2021. Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg (hierna: SSFH) vordert voor recht te verklaren dat de cao SSFH op werkgevers van toepassing is. Ter onderbouwing van die vordering stelt SSFH onder meer dat de activiteiten van werkgevers onder de werkingssfeer van de cao SSFH vallen.
Oordeel
Voor de beantwoording van de vraag of werkgevers onder de werkingssfeer van de cao SSFH vallen, is van belang wat de werkingssfeer van de cao SSFH is en meer in het bijzonder of werkgevers zijn aan te merken als werkgever in de zin van deze cao. De beantwoording van deze vraag zal neerkomen op een uitleg van de werkingssfeer van de cao SSFH. De kantonrechter is op grond van het over en weer gestelde van oordeel dat de cao SSFH op werkgevers niet van toepassing is. De volgende overwegingen hebben tot dit oordeel geleid. De cao SSFH biedt geen directe aanknopingspunten om de begrippen die uitleg behoeven te verklaren. Een aanknopingspunt voor de uitleg van het begrip ‘huisartsenzorg’ kan wel gevonden worden in het doel van de cao SSFH, zoals onder meer beschreven in artikel 3 van deze cao. Het heeft cao-partijen voor ogen gestaan om werkgevers in de branche huisartsenzorg te ondersteunen bij activiteiten op het gebied van arbeidsmarkt, scholing en sociaal beleid. Naast de algemene doelstelling van het voeren van overleg op dit terrein is meer specifiek op werkgeversniveau bedoeld hen geldelijk te ondersteunen bij het creëren van stageplaatsen, de begeleiding van de stagiaires en de uitbetaling van de stagevergoeding, vermoedelijk met het oog op het creëren van een betere arbeidsmarktpositie voor potentiële werknemers binnen de huisartsenzorg. Dit doel kan evenwel alleen worden gerealiseerd binnen een organisatie die zelf huisartsenzorg levert en vanuit die positie de stagiaires kan begeleiden. Werkgevers verlenen allebei niet zelf huisartsenzorg. De tekstinterpretatie die hieruit voortvloeit, is dat het begrip ‘huisartsenzorg’ eng dient te worden uitgelegd met dien verstande dat alleen werkgevers die zélf de huisartsenzorg verlenen onder de werkingssfeer van de cao SSFH vallen. Hetgeen in het maatschappelijk verkeer onder het begrip ‘huisartsenzorg’ wordt verstaan sluit hierop aan. De activiteiten die door werkgevers worden uitgevoerd liggen dichtbij wat een huisartsenpraktijk doet, maar zijn toch van een ander kaliber. De kantonrechter overweegt verder dat hoewel de functies van enkele bij werkgever in dienst zijnde werknemers vermeld staan op de functielijst van de cao Huisartsenzorg, dit nog niet betekent dat zij onder de werkingssfeer van de cao SSFH vallen. De werknemer is immers niet het uitgangspunt voor de beoordeling of een onderneming onder de werkingssfeer valt, maar de werkgever. Al met al luidt de conclusie dat werkgevers als werkgever geen huisartsenzorg bieden noch een onderdeel daarvan. Zij bieden ondersteuning aan huisartsen in de vorm van detachering van personeel. Zij vallen dan ook niet onder de werkingssfeer van de cao SSFH. Wanneer dat wel het geval zou zijn zou dat het onaannemelijke gevolg met zich brengen dat alle detacheringsbureaus die zich hoofdzakelijk richten op een bepaalde bedrijfstak onder de werkingssfeer van de op die bedrijfstak van toepassing zijnde cao zouden vallen. Afwijzing van de vordering van SSFH volgt.