Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 1 oktober 2019
ECLI:NL:RBLIM:2019:8981
werknemer/Mayfran Limburg B.V.
Feiten
Werknemer is per 15 september 2018 bij Mayfran Limburg B.V. (hierna: Mayfran) in dienst getreden. Op 18 oktober 2018 heeft werknemer zich ziek gemeld. Nadat hij vanaf november 2018 het werk weer gedeeltelijk heeft hervat, heeft werknemer zich op 18 februari 2019 wederom (volledig) arbeidsongeschikt gemeld. Mayfran heeft vervolgens het loon deels opgeschort. Op verzoek van werknemer heeft het UWV op 9 april 2019 een deskundigenoordeel gegeven, waarbij de arbeidsdeskundige heeft geoordeeld dat het aangeboden aangepaste werk niet passend is. Mayfran heeft vervolgens de bedrijfsarts gevraagd een functionelemogelijkhedenlijst (FML) op te stellen, hetgeen zij ook op 7 mei 2019 gedaan heeft. De aangeboden werkzaamheden houden volgens Mayfran rekening met de beperkingen van werknemer en werknemer heeft op 8 mei 2019 het werk hervat. Op 13 mei 2019 heeft werknemer de werkzaamheden wederom gestaakt. Hierop heeft Mayfran de loonbetaling van werknemer gestaakt. Dit wordt gevolgd door een periode waarin werknemer dan weer wel en dan weer niet op het werk verscheen. Vanaf 21 juni 2019 is hij niet meer op het werk verschenen. Uit een deskundigenoordeel van het UWV van 24 juni 2019 – aangevraagd door Mayfran – blijkt dat het aangeboden werk passend was. Op 2 juli 2019 heeft werknemer zich opnieuw ziek gemeld, welke ziekmelding door Mayfran niet is ‘geaccepteerd’. Werknemer heeft daarop opnieuw een deskundigenoordeel aangevraagd bij het UWV. Volgens dit laatste rapport van 14 september 2019 is het aangeboden aangepaste werk op 2 juli 2019 niet passend. Werknemer vordert in kort geding doorbetaling van zijn loon inclusief wettelijke rente en wettelijke verhoging.
Oordeel
De kantonrechter neemt een spoedeisend belang aan vanwege de aard van de zaak (een loonvordering). De kantonrechter overweegt dat het laatste deskundigenrapport van 14 september 2019 in het voordeel van werknemer uitvalt en dat Mayfran zelf de keuze heeft gemaakt om dit te negeren. Op grond daarvan zal – bij wijze van voorziening in kort geding – Mayfran veroordeeld worden tot doorbetaling van het loon vanaf 2 juli 2019 tot aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd, inclusief de wettelijke rente en wettelijke verhoging. Voor zover de gevorderde voorziening betrekking heeft op de periode voorafgaand aan 2 juli 2019 zal deze worden afgewezen. Uit het deskundigenoordeel van het UWV van 24 juni 2019 blijkt dat het aangeboden aangepaste werk in de periode daarvóór (vanaf november 2018) wel passend was. Als onweersproken staat immers vast dat de FML van 7 mei 2019 niet heeft geleid tot enige aanpassing in de werksituatie en dat deze situatie blijkens het deskundigenonderzoek passend was. Daarom zal in een bodemprocedure naar alle waarschijnlijkheid geoordeeld worden dat voor werknemer over de meerdere periodes dat hij tot aan 2 juli 2019 dat aangeboden werk niet verricht heeft, ook geen recht op loon bestaat.