Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 7 oktober 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:7305
werknemer/Oceanteam Shipping B.V.
Feiten
Werknemer is op 2 april 2007 in dienst getreden bij Oceanteam Shipping B.V. (hierna: OTS) en was laatstelijk werkzaam in de functie van managing director. In zijn arbeidsovereenkomst is opgenomen dat het werknemer zonder voorafgaande toestemming niet is toegestaan nevenwerkzaamheden te verrichten. Ook is in de arbeidsovereenkomst een geheimhoudingsbeding opgenomen. Vanaf 10 maart 2014 is werknemer middellijk aandeelhouder van Emporos-ventures PTE ltd (hierna: Emporos). De accountant van OTS, KPMG, is door een onderzoek van 7 juni 2017 gestuit op transacties van OTS met Emporos, waarvan Bovando B.V. (hierna: Bovando) 100% aandeelhouder is. Bij OTS was bekend dat werknemer 100% aandeelhouder en bestuurder is van Bovando. Bij brief van 24 november 2017 aan OTS heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst per 31 december 2017 opgezegd. Werknemer vordert thans veroordeling van OTS tot betaling van een bedrag van ruim € 100.000 aan bonussen. OTS vordert in reconventie veroordeling van werknemer tot betaling van onder meer € 701.100 aan verbeurde boetes. OTS stelt daartoe dat werknemer vanaf 10 maart 2014 tot en met 31 december 2017 voortdurend het verbod op nevenwerk heeft overtreden en daardoor een boete verschuldigd is van € 620.100. Verder heeft werknemer achttien keer het geheimhoudingsbeding overtreden, waardoor hij een boete van € 81.000 verschuldigd is, aldus OTS.
Oordeel
Verbeurde boetes
Bij mondeling tussenvonnis van 25 april 2018 is werknemer het bewijs opgedragen van zijn stelling dat OTS wist van de betrokkenheid en/of werkzaamheden van werknemer voor het bedrijf Emporos. Dit heeft hij gedaan door meerdere verklaringen over te leggen. Op basis van die verklaringen overweegt de kantonrechter dat werknemer niet is geslaagd in zijn bewijsopdracht, zodat niet kan worden vastgesteld dat OTS vóór juni 2017 wist dat werknemer aandeelhouder was van Emporos noch dat hij betrokkenheid had bij Emporos. Aan de orde is dan ook de vraag of werknemer de gevorderde boetes is verschuldigd. Vast staat dat werknemer vanaf de oprichting op 10 maart 2014 middellijk aandeelhouder was van Emporos. Verder staat vast dat in de arbeidsovereenkomst een boete is gesteld op overtreding van het nevenactiviteitenverbod en van het gebod tot geheimhouding. Ook is komen vast te staan dat werknemer concurrentiegevoelige informatie heeft doorgestuurd. Bovendien heeft OTS voldoende gestaafd dat werknemer deze informatie heeft gebruikt om klandizie voor Emporos te winnen. Nu werknemer deze informatie heeft doorgespeeld aan derden, wordt geconcludeerd dat de contractuele boete gesteld op het schenden van de geheimhoudingsverplichting verbeurd is. Ook de gevorderde boete ten aanzien van het nevenactiviteitenbeding is verbeurd. Niet alleen is onbetwist gebleven dat werknemer vanaf 10 maart 2014 middellijk aandeelhouder was van Emporos en zeggenschap had over Emporos, maar ook moet op grond van het bovenstaande worden geconcludeerd dat werknemer vanaf 2014 met 'twee petten op' heeft gewerkt. Met de vertrouwelijke informatie die werknemer kreeg als werknemer van OTS, heeft hij actief zijn eigen onderneming Emporos gevoed en heeft hij OTS beconcurreerd. Werknemer wordt veroordeeld tot betaling van ruim € 700.000 aan verbeurde boetes.
Recht op bonus
OTS betwist dat zij een bonus aan werknemer verschuldigd is en doet daarbij een beroep op dwaling. Dit beroep slaagt. OTS heeft voldoende aangevoerd om te kunnen concluderen dat de beslissing om werknemer een bonus toe te kennen over 2015/2016 niet zou zijn genomen als OTS op dat moment had geweten van de betrokkenheid van werknemer bij Emporos. Deze beslissingen zijn dan ook terecht door OTS vernietigd. De vorderingen van werknemer worden afgewezen.