Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Rijnsflowers B.V.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 29 oktober 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:2767

werknemer/Rijnsflowers B.V.

De samenwerkingsovereenkomst is onlosmakelijk verbonden met de inbreng door werknemer van het klantenbestand. Betaling van de koopprijs, de provisie, ziet op het met het klantenbestand te genereren resultaat. De prestatieafhankelijke provisieregeling kan niet worden gekwalificeerd als loon.

Feiten

Werknemer is op 1 januari 2016 bij Rijnsflowers in dienst getreden. Daarvoor heeft werknemer als zelfstandige in de bloemenbranche gewerkt onder de naam Hawiflor. Op 4 januari 2016 is een samenwerkingsovereenkomst gesloten tussen enerzijds Rijnsflowers en anderzijds werknemer h/o Hawiflor, waarin is opgenomen dat het klantenbestand van Hawi werd overgedragen aan Rijnsflowers. Met Hawi werd een prestatieafhankelijke provisie afgesproken, alsmede een koopprijs voor het overgedragen klantenbestand. Werknemer heeft (meermaals) met een zakelijke creditcard van Rijnsflowers geld opgenomen voor privédoeleinden. Rijnsflowers heeft deze creditcard per 24 november 2017 laten blokkeren, met de afspraak dat de opgenomen bedragen worden verrekend met het salaris van werknemer. Werknemer heeft, mede uit naam van Rijnsflowers, maar zonder deze hierin te kennen, een van zijn aan Rijnsflowers overgedragen klanten (Blumen) verzocht een bedrag van € 15.000 over te maken, met de toezegging dat het geld binnen enkele dagen zou worden terugbetaald. Daar terugbetaling uitbleef, heeft Blumen zich bij brief van 15 februari 2018 beklaagd bij Rijnsflowers. Rijnsflowers heeft Hoffmann Bedrijfsrecherche ingeschakeld, teneinde onderzoek te doen naar de geldleningen van werknemer. In gesprekken met de recherche heeft werknemer verklaard dat hij in privé van twee aan Rijnsflowers overgedragen klanten geld heeft geleend in verband met de aan- en verkoop van woningen in Egypte. Werknemer is in gebreke gebleven met terugbetaling. Werknemer heeft meerdere klanten benaderd. Uiteindelijk hebben drie klanten voor in totaal € 24.000 geleend aan werknemer. Werknemer is op 23 april 2018 geschorst. Werknemer heeft zich op 30 april 2018 ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft op 1 mei 2018 geoordeeld dat werknemer niet arbeidsongeschikt is. Rijnsflowers heeft in eerste aanleg ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht. Dit verzoek is toegewezen, zonder toekenning van een transitievergoeding. Werknemer komt op tegen de beschikking.

Oordeel

De ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de afwijzing van de in eerste aanleg verzochte vergoedingen staan in hoger beroep niet meer ter discussie. De onderwerpen die tussen partijen wel in geschil zijn – kort gezegd – de prestatieafhankelijke bonus, de koopprijs voor het klantenbestand en het in hoger beroep gedane verzoek ex artikel 843a Rv. Het standpunt dat werknemer niet-ontvankelijk is ten aanzien van de verzochte veroordeling tot betaling van de prestatieafhankelijk provisie en de koopprijs voor het klantenbestand wordt niet gevolgd. De tegenverzoeken kunnen worden aangemerkt als andere vorderingen die verband houden met een beëindiging van de arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:686a lid 3 BW. Het hof oordeelt dat de samenwerkingsovereenkomst verschillende bepalingen bevat die niet in de arbeidsovereenkomst zijn opgenomen. Werknemer kan dan ook niet worden gevolgd in zijn betoog dat de samenwerkingsovereenkomst geen ‘zelfstandig bestaansrecht’ meer heeft nadat de arbeidsovereenkomst is gesloten. Partijen verschillen van mening over de wijze van berekening van de prestatieafhankelijke provisie. De tekst van de samenwerkingsovereenkomst, die op dit punt niet eenduidig is, dient te worden uitgelegd aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Partijen hebben bij de totstandkoming van de samenwerkingsovereenkomst niet met elkaar gesproken over de exacte wijze van berekening van de prestatieafhankelijke bonus. Het komt dus in het bijzonder aan op de taalkundige uitleg van de bewoordingen van de samenwerkingsovereenkomst en hoe partijen die redelijkerwijs hebben mogen opvatten. Het hof oordeelt dat een redelijke uitleg meebrengt dat de samenwerkingsovereenkomst onlosmakelijk verbonden is met de inbreng door werknemer van het klantenbestand. Omdat de koopprijs enkel betrekking had op de inbreng van de klantenportefeuille, brengt een redelijke uitleg mee dat de betaling van die koopprijs, de provisie, ook enkel ziet op het met het klantenbestand te genereren resultaat. Anders dan werknemer meent, kwalificeert de prestatieafhankelijke provisieregeling niet als loon. De provisieregeling is niet opgenomen in de arbeidsovereenkomst en vormt geen beloning voor overeengekomen arbeid. Het verzoek van werknemer om inzage in een grote hoeveelheid gegevens uit de administratie van Rijnflowers wordt afgewezen. Werknemer heeft niet, althans onvoldoende, onderbouwd dat hij een rechtmatig belang heeft. Het hof berekent de over en weer te betalen bedragen en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.