Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 22 oktober 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:3833
werknemer/Securitas Beveiliging B.V.
Feiten
Werknemer is in dienst van Securitas werkzaam geweest als beveiligingsmedewerker. In de nacht van 20 op 21 april 2009 rond 03:00 uur heeft zich een incident voorgedaan in Arnhem waarbij werknemer als mobiele surveillant betrokken is geweest (hierna: het incident). Werknemer heeft zich na het incident ziek gemeld en is tot heden onafgebroken volledig arbeidsongeschikt gebleven. Sinds 19 april 2011 ontvangt werknemer een WIA-uitkering. Werknemer heeft verzocht om een verklaring voor recht dat Securitas aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 BW en 7:611 BW voor de schade die werknemer geleden heeft ten gevolge van het incident, omdat Securitas haar zorgplicht heeft geschonden. De kantonrechter heeft het verzoek van werknemer afgewezen en overwogen dat Securitas aan haar zorgplicht heeft voldaan door werknemer instructies te geven hoe te handelen bij waarnemingen die niet binnen zijn opdracht liggen maar wel verdacht lijken. Als werknemer die instructies zou hebben opgevolgd, was het incident niet voorgevallen.
Beoordeling
Het hof zal er bij de verdere beoordeling van het hoger beroep veronderstellenderwijs van uitgaan dat werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft geleden als bedoeld in artikel 7:658 BW als gevolg van het incident. Tussen partijen staat vast dat de gestelde schade niet in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van werknemer. Bij de beoordeling van de vraag of Securitas haar zorgplicht al dan niet is nagekomen, stelt het hof voorop dat de zorgplicht van de werkgever niet beoogt een absolute waarborg te scheppen voor bescherming tegen het in artikel 7:658 BW bedoelde gevaar, maar slechts de strekking heeft de werknemer in zoverre tegen dit gevaar te beschermen als redelijkerwijs in verband met de arbeid kan worden gevergd. Welke maatregelen in een concreet geval van de werkgever verlangd mogen worden, hangt af van de omstandigheden van het geval. Het hof volgt werknemer niet in zijn standpunt dat Securitas ter zake niet heeft voldaan aan haar zorgplicht ex artikel 7:658 lid 1 BW. Met de opleidings- en instructiemaatregelen die zij onweersproken heeft getroffen, heeft Securitas naar het oordeel van het hof gedaan wat op haar weg lag om psychisch letsel als gevolg van een incident als in casu aan de orde te voorkomen. Daarbij komt dat aan het beroep van beveiligingsmedewerker nu eenmaal bepaalde risico’s zijn verbonden, die werknemer door bij Securitas in dienst te treden als beveiligingsmedewerker tot op zekere hoogte heeft aanvaard, en dat eenieder die zich op de openbare weg begeeft enig risico loopt om slachtoffer te worden van agressief of onheus gedrag van derden. Bovendien heeft werknemer het gevaar in zekere zin zelf opgezocht door zijn surveillanceauto vlak bij de (andere) auto met de knipperende lichten tot stilstand te brengen, kennelijk zonder de portieren af te sluiten, om – naar zijn zeggen – het kenteken te noteren. Werknemer heeft onvoldoende gesteld en onderbouwd om aan te nemen dat de meldapparatuur in de portofoon en de surveillanceauto ten tijde van het incident niet hebben gewerkt en door het tijdsverloop is nader onderzoek daarnaar thans niet meer mogelijk. Het hof is van oordeel dat Securitas door bij het verlenen van nazorg af te gaan op de adviezen van haar bedrijfsarts ook in zoverre niet tekortgeschoten is. Schending van de zorgplicht als is derhalve niet gebleken. Securitas is derhalve niet aansprakelijk voor de door werknemer beweerdelijk geleden (psychische) schade. Daaruit volgt tevens dat Securitas evenmin haar verplichtingen om te handelen als goed werkgever als bedoeld in artikel 7:611 BW jegens werknemer heeft geschonden wegens het ontbreken van een verzekering voor de gevolgen van het incident of anderszins – een verzekering zou immers niet meer hoeven te dekken dan de aansprakelijkheid van Securitas als werkgever –, terwijl Securitas ter zake van het incident op dezelfde gronden als hierboven overwogen ook geen onrechtmatig handelen kan worden verweten.