Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 18 oktober 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:10988
werknemer/Louwman Dealerbedrijven B.V.
Feiten
Werknemer is op 1 november 2017 voor onbepaalde tijd in dienst getreden van Louwman Dealerbedrijven B.V. (hierna: werkgever). Op 19 februari 2019 is werknemer op staande voet ontslagen, met als reden dat hij op 8 februari 2019 contant geld zou hebben weggenomen uit de bedrijfskluis van werkgever. Voorafgaand aan het ontslag is werknemer op 12 februari 2019 door werkgever geschorst. Werknemer verzoekt vernietiging van het ontslag op staande voet, wedertewerkstelling en loondoorbetaling.
Oordeel
Onverwijldheid
Voor zover werknemer heeft gesteld dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven, verwerpt de kantonrechter die stelling. De vermissing van het contante geld in de bedrijfskluis is opgemerkt op 11 februari 2019 (op 8 februari 2019 was het geld nog in de kluis aanwezig). Daarop is werknemer op 12 februari 2019 schriftelijk geschorst. Op 19 februari 2019 is werknemer op staande voet ontslagen. Werknemer heeft aangegeven dat tussen 11 en 19 februari 2019 geen nieuwe feiten bekend zijn geworden dan de camerabeelden op grond waarvan werknemer was geschorst. De kantonrechter volgt werknemer in deze niet. Ontslag op staande voet is een ingrijpende beslissing, die de grootste zorgvuldigheid aan de zijde van werkgever vereist. Dat werkgever na de schorsing van werknemer nog enkele dagen de tijd heeft willen nemen om de camerabeelden te analyseren en nog nader onderzoek heeft laten doen door Hoffman Bedrijfsrecherche is in dat licht begrijpelijk. Het ontslag is onverwijld gegeven.
Dringende reden
Uit de administratie valt af te leiden dat op vrijdag 8 februari 2019 een contant bedrag van € 4.650 in de kluis was opgeborgen. De kluis is aan het einde van de vrijdagmiddag afgesloten en pas op maandagmorgen 11 februari 2019 weer geopend. Toen bleek dat de betreffende contanten waren verdwenen. Op camerabeelden valt te zien dat werknemer het kantoortje waarin de kluis zich bevindt, op vrijdag 8 februari 2019 om 17:31:41 uur verlaat met twee tamelijk dikke vensterenveloppen in zijn handen. Werknemer heeft hiervoor geen goede verklaring kunnen geven, anders dan dat hij een factuur voor een laminaatvloer heeft uitgeprint in de backoffice en niet op een van de printers bij ‘zijn’ servicebalie. De kantonrechter overweegt dat een (enkele) print van een factuur van een laminaatvloer duidelijk iets anders is dan twee, vrij omvangrijke, vensterenveloppen, waarmee werknemer het kantoortje verlaat. Voor dit verschil heeft werknemer geen aannemelijke verklaring gegeven, maar hij volhardt in zijn stelling dat het een print van een factuur was. De omstandigheden van het geval geven de kantonrechter een voldoende overtuiging dat het werknemer is geweest die contanten heeft weggenomen uit de bedrijfskluis. Diefstal van bedrijfseigendommen levert een dringende reden voor ontslag op staande voet op. De eindconclusie is dan ook dat werknemer terecht op staande voet is ontslagen. Zijn verzoek wordt daarmee afgewezen.