Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 4 oktober 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:7844
Açai Benelux v.o.f./X
Feiten
Açai Benelux v.o.f. (Hierna: Açai Benelux) importeert en distribueert de zogeheten Açai-bes op (met name) de Nederlandse en Belgische markt. Op 29 januari 2018 kreeg Açai Benelux van café B e-mails doorgestuurd die op 22, 23 en 24 januari 2018 waren gewisseld tussen X en café B. X schreef op 23 januari 2018 onder meer: 'gebaseerd op deze aantallen wil ik je heel graag dezelfde prijs als je huidige leverancier bieden! Je hebt dan veel betere kwaliteit voor dezelfde prijs! Enkel Y levert verse, niet gereconstrueerde acai, direct verpakt bij de oorsprong. (...) wij beschikken over de beste kwaliteit, smaak en kleur van de acai. (...)'Açai Benelux heeft X bij brief van 18 februari 2018 gesommeerd de volgens haar oneerlijke concurrentie te staken en over te gaan tot rectificatie van haar uitlatingen jegens (toekomstige) klanten van Açai Benelux. Daarnaast hield Açai Benelux X aansprakelijk voor geleden en nog te lijden schade. Bij e-mail van 5 maart 2018 heeft X in reactie op de brief aan Açai Benelux laten weten: '(...) Ik heb mij nooit negatief uitgelaten over concurrenten van Y (...). Ik gebruik enkel informatie welke aan mij verschaft is door Y en ga er vanuit dat deze juist is. Als dit volgens jullie niet correct is kunnen jullie Y direct benaderen. (...) Ik ben namelijk in dienst van Y dus ik verwijs jullie graag door naar onze CEO (...).' Açai Benelux verzoekt om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten. Açai Benelux stelt daartoe dat zij het voornemen heeft in een bodemprocedure een verklaring voor recht te vorderen dat de door X over Açai Benelux gedane uitlatingen onrechtmatig zijn.
Oordeel
Het voornemen van Açai Benelux om tegen X een bodemprocedure te starten is (tot nog toe) gebaseerd op haar e-mail van 23 januari 2018 aan café B. Op grond van deze e-mail kan echter niet worden geconcludeerd dat X is aan te spreken voor eventuele schade als gevolg van door haar gedane uitlatingen. Noch uit de tekst van de e-mail noch uit de ondertekening ervan blijkt immers dat X deze uitlatingen op eigen titel heeft gedaan. Uit het weergegeven logo en het e-mailadres waarvan het bericht is gestuurd, blijkt dat X in opdracht en voor rekening van Amazonas handelde. Voorts heeft X in haar reactie op de aantijgingen van Açai Benelux ook (meteen al) verwezen naar Amazonas. Hiertegenover heeft Açai Benelux geen feiten en/of omstandigheden aangedragen waaruit volgt dat X wel op eigen titel handelde. Evenmin is gesteld of gebleken dat X andere uitlatingen over Açai Benelux heeft gedaan dan in de betreffende e-mail. Voor uitlatingen die X heeft gedaan namens Amazonas kan zij niet zonder meer zelf worden aangesproken voor eventueel als gevolg daarvan geleden schade. Dat geldt ook als X, zoals Açai Benelux betoogt, als zzp'er voor Amazonas werkte. In beide gevallen werkte zij namens Amazonas en valt dus niet in te zien dat zij persoonlijk voor gedane uitlatingen aansprakelijk is jegens Açai Benelux. Dat deze verzoekschriftprocedure desondanks is gericht tegen X is dan ook een zodanig zwaarwichtig bezwaar dat het verzoek wordt afgewezen. Dat Amazonas wellicht moeilijk is op te roepen als verweerder, nu zij in Spanje is gevestigd, maakt het voorgaande niet anders en kan op zichzelf in ieder geval geen reden zijn om in plaats daarvan X in persoon als verweerster op te roepen. Conclusie van het voorgaande is dat het verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor tegen X wordt afgewezen.