Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 16 oktober 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:4813
vennootschap/bestuurder
Feiten
A is de enige bestuurder van vennootschap (eiseres). Bestuurder (verweerster sub 2) is de enige bestuurder van X (verweerster sub 1), een vennootschap die wijn verkoopt die afkomstig is van een wijngoed in Spanje. Bestuurder heeft in 2009 met A een overeenkomst gesloten waarin is geregeld dat X 2 februari 2009 39.880 flessen wijn verkoopt en levert voor € 99.600. De wijnflessen blijven in de opslag en X mag de wijnflessen met een door de vennootschap verstrekte volmacht verkopen, op voorwaarde dat zij de wijnflessen eerst van vennootschap terugkoopt tegen vergoeding van € 2,75 per fles. Uiterlijk 2 februari 2010 moet bestuurder de wijnflessen hebben teruggekocht van de vennootschap tegen betaling van in totaal € 109.670. Bestuurder heeft de wijnflessen verkocht, zonder deze eerst terug te kopen. De vennootschap beschouwt dit als diefstal. Vóór 2011 had bestuurder de wijnflessen zonder toestemming en medeweten van A overgebracht naar een ander opslagbedrijf. Nadat A daar achter was gekomen heeft hij bestuurder om een garantie gevraagd. Bestuurder heeft naar aanleiding daarvan een document ondertekend waarin staat dat het bedrijf garant staat voor de schuld van X aan de vennootschap (hierna: de garantstelling). X heeft niets betaald aan de vennootschap. De vennootschap vordert onder meer een verklaring voor recht dat bestuurder en X toerekenbaar zijn tekortgeschoten, alsmede een schadevergoeding van € 99.600.
Oordeel
X wordt veroordeeld tot betaling van € 109.670 als schadevergoeding wegens wanprestatie. Zij is haar verplichtingen op grond van de overeenkomst namelijk niet nagekomen. Dat van kwijtschelding geen sprake is, volgt al uit de stelling van X dat het altijd de bedoeling is geweest om het wijngoed te verkopen, waarna de vennootschap betaald zou kunnen worden. De Beklamelnorm is niet geschonden. Dat X het bedrag van € 99.600 niet heeft gebruikt voor het wijnproject in Spanje blijkt nergens uit. De vennootschap heeft kunnen en moeten begrijpen dat X jarenlang verschillende schuldeisers wel betaalde, terwijl zij van bestuurder geen enkele betaling ontving. In feite heeft de vennootschap voortdurend stilzwijgend ingestemd met het doen van selectieve betalingen. Van onrechtmatige selectieve betaling kan in zo’n geval geen sprake zijn. De rechtbank sluit niet uit dat A wel toestemming heeft gegeven de wijnflessen te verkopen zonder deze eerst terug te kopen. Bestuurder heeft dat in zijn e-mails tegenover A benadrukt, en aan de rechtbank zijn geen e-mails van A overgelegd waarin hij dat ontkent. Het is ook goed voorstelbaar dat A toestemming heeft gegeven, als bestuurder hem heeft voorgespiegeld dat het bedrijf en X anders failliet zouden gaan. Daarnaast is niet gesteld of gebleken dat A tegen bestuurder aangifte van diefstal/verduistering heeft gedaan. Bestuurder krijgt een bewijsopdracht om te bewijzen dat hij toestemming van de vennootschap heeft gekregen om namens X de wijnflessen te verkopen zonder deze eerst van de vennootschap terug te kopen.