Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 19 november 2019
ECLI:NL:RBNHO:2019:9862
werkneemster/Power Internet B.V.
Feiten
Werkneemster is per 24 juni 2009 in dienst getreden bij Power Internet B.V. (hierna: Power Internet). Tussen werkneemster en de bestuurder van Power Internet bestond een affectieve relatie die omstreeks juni 2015 is geëindigd. Eind september 2018 heeft werkneemster zich ziek gemeld. Op 28 november 2018 heeft werkneemster Power Internet in kort geding gedagvaard tot betaling van achterstallig loon over oktober 2018. Deze vordering is toegewezen. Op 27 februari 2019 heeft werkneemster zich wederom volledig arbeidsongeschikt gemeld. Op 31 maart 2019 adviseert de bedrijfsarts volledige hersteldmelding per 15 april 2019 en mediation. Werkneemster staat open voor mediation. Power Internet weigert hier echter serieus aan mee te werken. Op 17 juni 2019 vordert werkneemster in kort geding opnieuw Power Internet te veroordelen tot betaling van achterstallig loon. Deze vordering is tot en met juli 2019 toegewezen. Op 2 augustus 2019 kondigt Power Internet aan op korte termijn alsnog mediation te starten. Hierop laat werkneemster weten dat dit wat haar betreft mosterd na de maaltijd is. Op 27 augustus 2019 kondigt Power Internet aan de loonbetaling op te schorten totdat werkneemster meewerkt aan mediation, waarop zij een dag later verklaart dit te doen. Vanaf augustus 2019 heeft Power Internet geen loon meer aan werkneemster betaald. Werkneemster verzoekt de arbeidsovereenkomst met Power Internet te ontbinden. Daarbij verzoekt werkneemster Power Internet te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding en toekenning van een billijke vergoeding ter hoogte van € 50.000. Volgens werkneemster heeft Power Internet een onwerkbare situatie gecreëerd en werkneemster weggepest. Na aanvulling van het verzoek vordert werkneemster ook betaling van achterstallig loon.
Oordeel
Partijen zijn het er inmiddels over eens dat herstel van de arbeidsverhouding niet meer mogelijk is. Mede gelet op de problemen die ontstaan zijn na het verbreken van de affectieve relatie tussen werkneemster en de bestuurder is sprake van een onwerkbare situatie. De kantonrechter ziet aanleiding de arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van 1 december 2019. Vast staat verder dat Power Internet vanaf augustus 2019 geen loon meer aan werkneemster heeft betaald. Werkneemster vordert betaling daarvan. De kantonrechter volgt Power Internet niet in haar standpunt dat de door haar toegepaste loonstop gerechtvaardigd is, omdat werkneemster weigert mee te werken aan mediation. Het ligt in de risicosfeer van Power Internet dat werkneemster in de betreffende periode niet heeft gewerkt doordat zij geen mediationtraject heeft opgestart zoals door de bedrijfsarts werd geadviseerd. De vordering tot betaling van het gebruikelijke salaris over de periode van augustus tot december 2019 wordt dan ook toegewezen. Daarnaast oordeelt de kantonrechter dat Power Internet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, doordat werkneemster zich binnen één jaar tot drie keer toe genoodzaakt zag via een gerechtelijke procedure een onterechte loonstaking ongedaan te maken en doorbetaling van loon af te dwingen. De kantonrechter overweegt dat de arbeidsrelatie mogelijk nog zekere tijd had voortgeduurd indien Power Internet zich hier niet schuldig aan had gemaakt en zich in plaats daarvan tijdig, adequaat en serieus had ingezet voor het mediationtraject. Anderzijds neemt de kantonrechter aan dat werkneemster niet langer dan twee jaar in dienst was gebleven vanwege de problemen tussen werkneemster en de bestuurder. De kantonrechter veroordeelt Power Internet tot betaling van de transitievergoeding ter hoogte van € 9.000 (Power Internet erkent dat werkneemster aanspraak heeft op de transitievergoeding) en een billijke vergoeding ter hoogte van € 18.000 aan werkneemster.