Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Van Zaane Tweewielers B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Zaanstad), 5 december 2019
ECLI:NL:RBNHO:2019:10362

werknemer/Van Zaane Tweewielers B.V.

Onterecht gegeven ontslag op staande voet. Omdat de verklaringen van de werkgever over de dringende reden wisselend, onduidelijk en tegenstrijdig zijn, is de dringende reden niet vast komen te staan. Toewijzing billijke vergoeding van € 5.000.

Feiten

Werknemer is sinds 19 maart 2015 in dienst bij Van Zaane Tweewielers B.V. (hierna: Van Zaane). Met een brief van 9 augustus 2019 en een e-mail van 10 augustus 2019 heeft Van Zaane werknemer op staande voet ontslagen, vanwege onder andere werkweigering en ernstige gedragingen. Daarna is op 13 augustus 2019 een andere e-mail gestuurd. Werknemer verzoekt betaling van een billijke vergoeding ter hoogte van € 20.910,73 bruto, omdat geen sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet.

Oordeel

Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag niet rechtsgeldig. Daarover wordt het volgende overwogen. Uit de brief van Van Zaane van 9 augustus 2019 blijkt dat als dringende reden voor het ontslag op staande voet wordt genoemd werkweigering. In de e-mail van 13 augustus 2019 wordt daarover opgemerkt dat het gaat om het weglopen van de werkplek zonder duidelijke opgave van redenen. Blijkens een verslag van en het verweerschrift is het op 9 augustus 2019 “helemaal fout gegaan”, heeft werknemer die dag opgemerkt dat hij niet meer wilde werken en ziek was, en is hij die dag door Van Zaane op staande voet ontslagen. Op de zitting hebben Van Zaane en haar advocaat nadrukkelijk verklaard dat niet de werkweigering op vrijdag 9 augustus 2019, maar het niet verschijnen op het werk op zaterdag 10 augustus 2019 uiteindelijk de dringende reden voor het ontslag op staande voet is geweest. Ervan uitgaande dat het ontslag op staande voet op 9 augustus 2019 is gegeven, kan daaraan niet als dringende reden ten grondslag worden gelegd dat werknemer op 10 augustus 2019 niet op het werk is verschenen. Toen was, naar moet worden aangenomen, het ontslag immers al gegeven. Een eventuele werkweigering op 10 augustus 2019 kan dan geen dringende reden meer opleveren. De stelling van Van Zaane dat de werkweigering op 10 augustus 2019 de dringende reden is voor het ontslag op staande voet, kan daarom niet worden gevolgd. Nu de verklaringen van Van Zaane over de dringende reden wisselend, onduidelijk en tegenstrijdig zijn, is de kantonrechter van oordeel dat die dringende reden niet is komen vast te staan. Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig, dus het verzoek om toekenning van een billijke vergoeding moet worden toegewezen. Dit doet de kantonrechter aan de hand van New Hairstyle. De kantonrechter ziet gelet op de stukken en wat op de zitting is gebleken voldoende reden om aan te nemen dat de arbeidsovereenkomst binnen afzienbare tijd zou zijn beëindigd, als het ontslag op staande voet niet had plaatsgevonden. Er was immers in toenemende mate sprake van conflicten tussen partijen. Daarnaast lijdt werknemer als gevolg van het onterechte ontslag op staande voet in ieder geval inkomensschade, bestaande uit gemist loon over een periode van zes maanden na het ontslag op staande voet. Op de zitting is vastgesteld dat werknemer na het ontslag geen WW-uitkering heeft ontvangen, maar dat hij per 14 oktober 2019 wel een andere baan heeft. Gelet op voorgaande kent de kantonrechter een billijke vergoeding toe van € 5.000 bruto. Daarmee wordt werknemer voldoende gecompenseerd en wordt ook voldoende tegengegaan dat Van Zaane ervoor kiest een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen. Daarnaast wijst de kantonrechter betaling van een transitievergoeding toe.