Naar boven ↑

Rechtspraak

The European Candy Group BV/werknemer
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 17 december 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:4513

The European Candy Group BV/werknemer

Werkgeefster heeft ernstig verwijtbaar gehandeld door werknemer vrij te stellen van werkzaamheden zonder zich in voldoende mate in te spannen om hem andere passende werkzaamheden te laten verrichten. Billijke vergoeding van € 75.000 toegekend.

Feiten

Werknemer is op 1 januari 2015 in dienst getreden bij TECG. Werknemer heeft achtereenvolgens in mei 2015, november 2015 en december 2015 certificaten van aandelen in TECG gekocht. Deze aandelen werden gehouden door de Stichting Aandelenparticipatie European Candy Group (verder: STAK). Op 17 december 2015 vond een beoordelingsgesprek plaats, waarin TECG het functioneren van werknemer over het jaar 2015 heeft beoordeeld met een eindscore van 3,8 op een schaal van 1 tot en met 5. Over het jaar 2016 is werknemer beoordeeld met een eindscore van 3,6. Begin juli 2017 heeft TECG besloten tot het samenvoegen van SCM en Operations, en deze onder te brengen bij een nieuw te werven Operations Director. Voor deze functie is met ingang van 1 november 2017 [C] aangenomen. Op 8 november 2017 heeft [C] een e-mail aan [B] en [A] gestuurd waarin hij zijn visie geeft op een takenpakket voor werknemer. Op 1 december 2017 heeft werknemer een e-mail aan [B] en [A] gezonden waarin hij zijn visie op die rol weergeeft. Op 19 december 2017 vindt een beoordelingsgesprek plaats, waarin TECG het functioneren van werknemer met een eindscore van 3,4 ook over het jaar 2017 beoordeelt. Op 22 februari 2018 is met werknemer de mogelijkheid van beëindiging van de arbeidsovereenkomst besproken en op 27 februari 2017 is een beëindigingsvoorstel gedaan. Werknemer is niet akkoord gegaan. Tussen partijen is een discussie ontstaan over de vraag of TECG gehouden is om bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst de certificaten terug te nemen tegen de door werknemer betaalde koopprijs. Door TECG is bij het UWV een ontslagvergunning aangevraagd, hetgeen is afgewezen. Ook de verzochte ontbinding bij de kantonrechter is afgewezen. In onderhavige procedure heeft TECG in eerste aanleg primair ontbinding verzocht op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter heeft de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst afgewezen en de wedertewerkstelling gelast. TECG komt op tegen de beschikking.

Oordeel

Het hof stelt allereerst vast dat werknemer inmiddels inziet dat er sprake is van een ernstige verstoring van de arbeidsrelatie, zij het dat hij deze verstoring geheel wijt aan de houding van TECG. De conclusie is dan ook dat de arbeidsovereenkomst dient te worden beëindigd, zoals door TECG is verzocht. Werknemer heeft verzocht om een billijke vergoeding nu in zijn visie de verstoring van de arbeidsverhouding in overwegende mate is te wijten aan TECG en haar daarvan een ernstig verwijt valt te maken. De eerste vraag die dient te worden beantwoord is of sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van TECG. Het hof beantwoordt die vraag bevestigend. TECG heeft, door werknemer vrij te stellen van zijn werkzaamheden, vroegtijdig afscheid genomen van werknemer, zonder zich in voldoende mate in te spannen om hem andere in het licht van zijn oorspronkelijke functie passende werkzaamheden te laten verrichten. Van TECG had als goed werkgever verwacht mogen worden dat zij – ondanks de mogelijke noodzaak tot reorganisatie – voordat die reorganisatie feitelijk werd ingezet, met werknemer tot heldere en respectvolle afspraken zou zijn gekomen met voldoende concrete voorstellen over zijn (eventuele) verdere taken bij TECG. Aan werknemer kan daarom een billijke vergoeding worden toegekend. Mede gezien de langere tijd waarin werknemer geen werkzaamheden heeft hoeven te verrichten, de omstandigheid dat hij in zijn verweerschrift in hoger beroep meldde zich niet meer te verzetten tegen beëindiging van de arbeidsovereenkomst en de reële kans dat hij ook bij een andere meer constructieve benadering door TECG van zijn positie uiteindelijk toch zijn baan zou hebben verloren komt het hof tot een billijke vergoeding van € 75.000 bruto. De vordering tot terugbetaling van aankoop van certificaten komt niet voor toewijzing in aanmerking omdat STAK geen partij in dit geding is en ook niet valt te vereenzelvigen met TECG.