Naar boven ↑

Rechtspraak

Koninklijke De Kuyper B.V./werknemer
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 21 januari 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:177
Werkgeefster mag, ondanks het relatief korte dienstverband en leeftijd van werknemer, het concurrentiebeding tot een jaar na beƫindiging van de werkzaamheden handhaven.

Feiten

Werknemer is op 1 januari 2018 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij De Kuyper. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentie- en geheimhoudingsbeding opgenomen. Eind augustus 2019 heeft werknemer de arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 oktober 2019 en medegedeeld dat hij per 1 oktober 2019 in dienst wilde treden bij Bacardi, die zich eveneens bezighoudt met de verkoop van gedistilleerde dranken. De Kuyper heeft onder verwijzing naar het concurrentiebeding bezwaar gemaakt tegen de voorgenomen indiensttreding van werknemer bij Bacardi. Per 4 september 2019 is werknemer op non-actief gesteld. De kantonrechter heeft in eerste aanleg werknemer verboden om tot 1 februari 2020 in dienst te treden bij en/of werkzaamheden te verrichten voor een van de bedrijven zoals genoemd in het concurrentiebeding. Per 1 februari 2020 heeft de kantonrechter het concurrentiebeding geschorst. De Kuyper komt tegen het vonnis in hoger beroep.

Oordeel

Uitgangspunt is dat werknemer tot 1 oktober 2020 is gehouden aan het concurrentiebeding en de vordering van De Kuyper strekkende tot een verbod aan werknemer om in dienst te treden en/of werkzaamheden te verrichten voor Bacardi is in beginsel dan ook toewijsbaar. De te beantwoorden vraag is het verbod meebrengt dat in verhouding tot het te beschermen belang van De Kuyper, werknemer onbillijk zou worden benadeeld. De Kuyper en Bacardi opereren in hetzelfde marktsegment. Werknemer heeft niet betwist dat hij uit hoofde van zijn functie bij De Kuyper toegang had tot en beschikte over concurrentiegevoelige commerciële informatie. Werknemer stelt echter dat de door hem verkregen commerciële informatie inmiddels niet meer actueel is. De Kuyper heeft dit betwist. Het hof acht het betoog van werknemer, dat erop neerkomt dat in verloop van ruim vier maanden de bewuste kennis haar relevantie (grotendeels) heeft verloren, niet voldoende aannemelijk geworden. Het hof acht evenmin aannemelijk dat de hiervoor besproken kennis niet van belang is omdat werknemer zich bij Bacardi fulltime zou gaan bezighouden met e-commerce. Ook het betoog van werknemer dat zijn werkzaamheden op het terrein van e-commerce beperkt van omvang waren en niet van relevante betekenis zijn bij indiensttreding bij Bacardi wordt niet aanvaard. De Kuyper heeft belang bij bescherming door middel van handhaving van het concurrentiebeding. Alles overwegende kan niet worden gezegd dat handhaving meebrengt dat in verhouding tot het te beschermen belang van De Kuyper werknemer onbillijk zou worden benadeeld. Het concurrentiebeding mag tot één jaar nadat werknemer zijn werkzaamheden feitelijk heeft beëindigd worden gehandhaafd.