Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Amersfoort), 4 maart 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:873
Feiten
Run2Day Retail B.V. (hierna: Run2Day) is een keten van hardloopwinkels. Werknemer is op 10 december 2018 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van 12 maanden bij Run2Day in dienst getreden. Hij bekleedde de functie van bedrijfsleider voor twee vestigingen van Run2Day. Run2Day heeft werknemer in de zomer van 2019 meegedeeld dat zijn arbeidsovereenkomst niet zou worden verlengd. De arbeidsovereenkomst zou op 9 december 2019 van rechtswege eindigen en partijen hadden afgesproken dat werknemer na 21 november 2019 zijn vrije uren zou opnemen. Zijn laatste werkdag was dus 21 november 2019. Op 21 november 2019 heeft een gesprek plaatsgevonden met werknemer. In dat gesprek is werknemer op staande voet ontslagen, omdat hij artikelen van Run2Day zou hebben gestolen. Het zou om minimaal een tight, een shirt, een jas en tientallen gels en repen gaan. Run2Day heeft dit ontslag bij brief van 22 november 2019 aan werknemer bevestigd. Werknemer heeft zich bij brief van 28 november 2019 tegen het gegeven ontslag op staande voet verzet. Hij heeft ontkend dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal en heeft Run2Day gesommeerd het ontslag in te trekken. Run2Day heeft niet aan deze sommatie voldaan. Werknemer verzoekt het ontslag op staande voet te vernietigen.
Oordeel
De kantonrechter acht het voldoende aannemelijk dat Run2Day pas na het bekijken van de camerabeelden voldoende reden had om werknemer van diefstal te verdenken. Run2Day heeft voldoende voortvarend gehandeld door werknemer de dag erna met haar bevindingen te confronteren en hem op staande voet te ontslaan. Het ontslag op staande voet is dus onverwijld gegeven. De kantonrechter is eveneens van oordeel dat Run2Day voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat werknemer zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal. Het betoog van Run2Day is consistent en komt overeen met de aangifte die de algemeen directeur op 25 november 2019 van de diefstal heeft gedaan. De door Run2Day geuite beschuldiging wordt in de eerste plaats ondersteund door een verklaring van de assistent-bedrijfsleider van de vestiging van werknemer over de aanleiding van zijn verdenkingen. De beschuldiging van Run2Day wordt daarnaast ondersteund door de beschrijving van de camerabeelden die de assistent-bedrijfsleider in zijn verklaring heeft gegeven. Run2Day heeft ter verdere onderbouwing van de gestelde diefstal een aantal foto’s overgelegd van de camerabeelden. De kantonrechter merkt hierover op dat de foto’s geen heel duidelijk beeld geven van wat werknemer precies aan het doen is, maar wel ondersteuning bieden voor de interpretatie die Run2Day hieraan geeft. Op de foto’s is onder meer te zien dat werknemer met een kledingstuk wegloopt, zonder dit op de kassa aan te slaan. Gelet op de door de assistent-bedrijfsleider beschreven camerabeelden en de foto’s daarvan, lag het op de weg van werknemer om precies uit te leggen wat hij met deze artikelen heeft gedaan. Dat heeft hij echter niet gedaan. Run2Day heeft bovendien aannemelijk gemaakt dat werknemer de diefstal in het gesprek op 21 november 2019 heeft erkend. De kantonrechter acht de ontkenning van werknemer van de diefstal daarom onvoldoende geloofwaardig. Gezien het voorgaande acht de kantonrechter het aannemelijk dat werknemer de artikelen die in de ontslagbrief worden genoemd inderdaad heeft gestolen en acht daarom een dringende reden voor het aan hem gegeven ontslag op staande voet aanwezig.