Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 12 maart 2020
ECLI:NL:RBOBR:2020:1588
Feiten
Tussen werkgever en werknemer is met ingang van 4 februari 2019 een uitzendovereenkomst tot stand gekomen. Op grond van die overeenkomst is werknemer als productiemedewerker uitgezonden aan inlener. Werknemer spreekt voornamelijk Pools. Inlener is een producent en leverancier van rubber- en kunststofschuimproducten met vestigingen in Nederland, Duitsland en India. Inlener heeft de risico’s van haar bedrijfsvoering geïnventariseerd en vastgelegd in een RI&E-rapport. Op 25 februari 2019 begon de dienst van werknemer om 14.00 uur. Kort daarvoor heeft hij in de kantine koffie gehaald en buiten de fabriekshal, bij de niet officiële ingang ter hoogte van de fietsenstalling, een sigaret gerookt. Toen hij vervolgens via deze ingang naar zijn werkplek in de fabriekshal liep, is hij gestruikeld en gevallen over een op de grond gemonteerde kabelgoot van circa 10 centimeter hoog. Werknemer heeft hierdoor zijn rechterpols gebroken, waaraan hij op 26 februari 2019 is geopereerd. Inlener heeft het ongeval gemeld bij de Inspectie SZW. De arbeidsinspecteur heeft geen oorzakelijk verband kunnen vaststellen tussen een overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet en de oorzaak van het arbeidsongeval. Als gevolg van het ongeval kampt werknemer nog steeds met klachten en beperkingen aan zijn rechterpols. Werkgever en inlener hebben de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval afgewezen. Partijen twisten over de vraag wie aansprakelijk is voor het ongeval.
Oordeel
De zorgplicht brengt ook met zich mee dat een werknemer zijn werkplek veilig moet kunnen bereiken en kunnen verlaten. Het enkele feit dat werknemer kort voor het begin van zijn middagdienst is gevallen, terwijl hij op weg was naar zijn werkplek, staat niet aan aansprakelijkheid op grond van artikel 7:658 BW in de weg. In dit geval staat vast dat de zorgplicht van inlener zich ook uitstrekt tot de door werknemer genomen looproute in de fabriekshal. Die zorgplicht beperkt zich niet tot de officiële, gemarkeerde looppaden, maar betreft de hele werkomgeving. In de praktijk werd de door werknemer gevolgde looproute door meerdere werknemers gebruikt, zodat de kans dat iemand over de kabelgoot zou komen te vallen bepaald niet denkbeeldig was. Inlener had redelijkerwijs maatregelen moeten treffen om te voorkomen dat dit gevaar zich zou realiseren. Zoals hiervoor al overwogen had dit relatief eenvoudig gerealiseerd kunnen worden en dit had dan ook van inlener mogen worden gevergd. Dat er nog niet eerder iemand over de kabelgoot is gevallen, maakt dit niet anders. Ook staat hieraan niet in de weg dat de arbeidsinspectie geen overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet heeft vastgesteld. Door geen (veiligheids)maatregelen te treffen om het risico om te komen te vallen over de kabelgoot te voorkomen, terwijl dit redelijkerwijs van haar kon en mocht worden gevergd, heeft inlener de op haar rustende zorgplicht van artikel 7:658 BW geschonden. Dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van bewust roekeloos handelen van werknemer is niet komen vast te staan. Inlener is daarom op grond van artikel 7:658 lid 4 BW aansprakelijk voor de schade die werknemer als gevolg van het hem overkomen ongeval heeft geleden of lijdt. Werkgever heeft evenmin (veiligheids)maatregelen getroffen om dit specifieke gevaar te voorkomen. De gegeven instructies zijn in dit verband onvoldoende. Dit betekent dat werkgever op grond van artikel 7:658 lid 2 BW aansprakelijk is voor de door werknemer geleden schade. De kantonrechter verklaart voor recht dat werkgever en inlener hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die werknemer heeft geleden als gevolg van het arbeidsongeval.