Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Cavalier Logistics B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 24 maart 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:1898
Geen vernietiging van de opzegging, aangezien tussen partijen geen arbeidsovereenkomst is ontstaan. Geen wilsovereenstemming bereikt over essentialia als het loon en de proeftijd.

Feiten

De heer X van L&P Arbeidsbemiddeling is betrokken geweest bij de selectie van werknemer op verzoek van Cavalier Logistics B.V. (hierna: Cavalier). Op 18 oktober 2019 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Cavalier en werknemer . De heer X stuurt op 18 oktober 2019 aan werknemer een e-mail met onder andere de volgende tekst: ‘Zoals besproken wordt er een contract aangeboden op loonschaal D5, hier komt nog 70 euro koffiegeld + reiskosten bij. In je contract zit een maand proeftijd om te kijken of de samenwerking voor beide kanten goed bevalt. Neem maandag dus meteen een geldig legitimatiebewijs mee, dit is nodig voor het opstellen van het contract.’ Op maandag 21 oktober 2019 heeft werknemer vanaf 12:00 uur werkzaamheden verricht voor Cavalier. Op dinsdag 22 oktober 2019 heeft werknemer de arbeidsovereenkomst van Cavalier ontvangen. In de nacht van 22 op 23 oktober 2019 heeft werknemer aan Cavalier per WhatsApp-bericht te kennen gegeven dat hij het niet eens was met verschillende elementen uit de arbeidsovereenkomst, waaronder het salaris en de proeftijd. Naar aanleiding van dit WhatsApp-bericht hebben partijen op 23 oktober 2019 een gesprek gevoerd over de aangeboden arbeidsovereenkomst. Cavalier heeft in het gesprek van 23 oktober 2019 aangegeven dat indien over de essentialia van de arbeidsovereenkomst geen overeenstemming wordt bereikt, geen arbeidsovereenkomst tot stand komt. Ook heeft Cavalier aangegeven dat voor zover sprake is van een arbeidsovereenkomst, deze in de proeftijd werd opgezegd. Werknemer verzoekt de kantonrechter om de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen en Cavalier te veroordelen tot wedertewerkstelling en betaling van loon. Aan dit verzoek legt werknemer ten grondslag dat geen sprake is van een rechtsgeldige opzegging.

Oordeel

De kantonrechter is met Cavalier van oordeel dat tussen partijen op of omstreeks 21 oktober 2019 geen (mondelinge) arbeidsovereenkomst is ontstaan. Uit de correspondentie tussen partijen en uit wat partijen ter zitting naar voren hebben gebracht, is gebleken dat partijen geen wilsovereenstemming hebben bereikt over de essentialia. Zo was geen sprake van overeenstemming over het loon en was werknemer het niet eens met de proeftijd die onderdeel was van het aanbod van Cavalier. Ter zitting heeft werknemer nog diverse andere voorbeelden genoemd van arbeidsvoorwaarden uit de arbeidsovereenkomst en het huishoudelijke reglement waar hij niet mee akkoord kon of wilde gaan. Nu werknemer heeft gesteld dat hij de e-mail van 18 oktober 2019 van L&P Arbeidsbemiddeling niet heeft ontvangen, kan ook niet worden vastgesteld dat het feit dat werknemer met de aanvang van zijn werkzaamheden op 21 oktober 2019, het aanbod van 18 oktober 2019 heeft aanvaard. Aldus kan niet worden vastgesteld dat overeenstemming is bereikt, zodat geen arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen. Nu hiervoor is geoordeeld dat tussen werknemer en Cavalier geen arbeidsovereenkomst heeft bestaan, zal het verzoek van werknemer om vernietiging van de vermeende opzegging niet-ontvankelijk worden verklaard. Er is immers geen sprake van arbeidsovereenkomst, noch van een opzegging in strijd met artikel 7:671 BW, zodat er ook geen grond is om toepassing te geven aan artikel 7:681 lid 1 BW. De proceskosten komen voor rekening van werknemer, omdat hij niet-ontvankelijk is in zijn verzoeken.