Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 19 februari 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:977
Feiten
Werkgeefster produceert voer voor honden en katten. Werknemer was operator bij werkgeefster. In de nacht van 26 op 27 november 2018 is werknemer gewond geraakt. Werknemer heeft een beschrijving gegeven van het ongeval. Hij was alleen op de productieafdeling. In verband met een andere productiemethode moesten (snij)machines worden omgezet naar een andere lopende band. Bij een dergelijke omzetting moest er een snijmachine een stukje worden opgeschoven. Nadat hij dit had gedaan en hij zich had omgedraaid in de richting van de machine die daarnaast stond, viel de snijmachine om en kwam bovenop hem terecht. Daardoor kwam hij ten val en kwam hij klem te zitten tussen beide machines. De snijmachine was ongeveer 2 meter breed en 1.60 meter hoog. Pas na extreme krachtsinspanning is het hem gelukt om onder de machine vandaan te komen. Hij bloedde hevig en had een diepe schaafwond verticaal over zijn buik. Volgens werknemer is de machine omgevallen, omdat er een poot was afgebroken. Volgens werkgeefster is het ongeluk gebeurd, omdat werknemer de machine heeft verplaatst. Hij heeft dit gedaan, terwijl dat niet tot zijn taak behoort en ook nog eens alleen. In dit deelgeschil verzoekt werknemer dat de rechtbank bepaalt dat werkgeefster aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval.
Oordeel
De rechtbank stelt allereerst vast dat het werken in een ruimte met (snij)machines van een dergelijke grootte en gewicht op zichzelf al gevaarlijke situaties met zich mee kan brengen. Op werkgeefster rust daarom de verplichting om de werkplek van haar werknemers zo in te richten en dusdanige maatregelen te nemen en aanwijzingen te geven dat het werken met en het verplaatsen van dit soort grote machines op een veilige manier gebeurt. Werkgeefster heeft niet aan deze zorgverplichting voldaan. De constructie waarbij de poten van de machine los op klossen staan, komt de rechtbank op zichzelf al niet heel veilig voor. Werkgeefster heeft weliswaar gesteld dat zij haar productiewerknemers niet toestaat om de machine te verplaatsen en dat zij voorschrijft dat dit altijd door twee daarvoor gekwalificeerde personen moet worden gedaan, maar daarmee is niet aangetoond dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan. Er valt niet in te zien waarom er niet voor een veiligere constructie is gekozen. Dat de machine zelf als veilig is beoordeeld, betekent nog niet dat deze opstelling van de machine op losse klossen veilig is. Daarnaast heeft werkgeefster niet aangetoond dat zij haar werknemers duidelijke instructies heeft gegeven en heeft gewezen op de gevaren bij het verplaatsen van de machines. Werkgeefster stelt dat werknemer kon weten dat hij dit niet (alleen) mocht doen, omdat dit uit de omschrijving van de functie van operator blijkt. Uit de beschrijving van de functie-inhoud blijkt echter niet meer dan dat de operator zelf kleine technische storingen verhelpt en bij grotere problemen de assistent-ploegleider of de technische dienst moet inschakelen. Dat gaat dus over het oplossen van technische problemen en zegt niets over het plaatsen van een machine op de juiste plek voor het productieproces. Verder geldt dat een werkgever er bij het nemen van veiligheidsmaatregelen rekening mee moet houden dat werknemers in de dagelijkse praktijk van het werk soms minder voorzichtig zijn dan wenselijk is. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat werkgeefster op grond van artikel 7:658 lid 2 BW aansprakelijk is voor de gevolgen van het bedrijfsongeval dat werknemer is overkomen. Dat betekent dat zij de schade moet vergoeden die werknemer als gevolg van het ongeval heeft geleden en nog zal lijden.