Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 24 maart 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:2420
Feiten
Werknemer is op 1 mei 2013 in dienst getreden bij Turks Eethuis Antalya. De vennoten van Turks Eethuis Antalya hebben de onderneming op 24 april 2018 verkocht. Op 28 november 2018 heeft de koper de onderneming aan Antalya Istanbul Döner B.V. (hierna: Antalya) verkocht per 1 december 2018. In de schriftelijke koopovereenkomst staat dat het personeel geen onderdeel uitmaakt van de bedrijfsovername. Deze nieuwe eigenaren hebben de onderneming per 1 maart 2019 weer verkocht aan een nieuwe eigenaar. Ook in deze schriftelijke koopovereenkomst staat dat personeel geen onderdeel uitmaakt van de bedrijfsovername. Bij vonnis van 22 maart 2019 van de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland is Antalya bij verstek veroordeeld tot betaling van loon vanaf 4 december 2018. De nieuwe eigenaar heeft in een e-mail van 16 mei 2019 aan werknemer onder andere laten weten dat het bedrijf zonder personeel is overgenomen en dat werknemer nooit kennis heeft gemaakt met de nieuwe eigenaar. De nieuwe eigenaar heeft daarnaast in een e-mail van 27 mei 2019 aan werknemer verwezen naar een e-mail van 24 mei 2019 van de oorspronkelijke koper aan de nieuwe eigenaar, waarin de oorspronkelijke koper stelt dat op 1 december 2018 aan werknemer een brief is verstuurd met de mededeling dat werknemer is ontslagen. In een door de nieuwe eigenaar overgelegd jaarverslag van 2019 van Antalya staat dat de onderneming een negatief werkkapitaal, een negatief eigen vermogen en een negatief resultaat na belastingen heeft. Werknemer verzoekt de arbeidsovereenkomst met Antalya te ontbinden en Antalya te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding van € 49.210,18 bruto.
Oordeel
Antalya heeft ten onrechte en in strijd met de wet het standpunt ingenomen en gehandhaafd dat werknemer ondanks een overgang van onderneming niet bij haar in dienst is. Daarnaast heeft Antalya ten onrechte en op ongeloofwaardige wijze het standpunt ingenomen dat de arbeidsovereenkomst al zou zijn beëindigd door de oorspronkelijke koper. Ook heeft Antalya ten onrechte geen loon meer aan werknemer betaald vanaf december 2018, ook niet nadat zij daartoe was veroordeeld in het vonnis van 22 maart 2019. Dit levert ernstig verwijtbaar handelen van Antalya op en daardoor is een verstoorde arbeidsverhouding ontstaan. Gelet op de door Antalya overgelegde financiële gegevens van de onderneming, is het naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk dat de arbeidsovereenkomst na 1 april 2020 in ieder geval niet langer dan zes maanden zou hebben voortgeduurd. Vanwege de slechte financiële situatie waarin Antalya verkeert moet ervan worden uitgegaan dat Antalya wegens bedrijfseconomische omstandigheden toestemming zou hebben verkregen van het UWV voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst met werknemer. Daarvan uitgaande mag redelijkerwijs worden verwacht dat Antalya de arbeidsovereenkomst had kunnen beëindigen per 1 oktober 2020. Dat betekent dat de billijke vergoeding zal worden vastgesteld op basis van het loon dat werknemer over de periode van 1 april 2020 tot 1 oktober 2020 had kunnen ontvangen. Dat is een bedrag van € 12.370,32 bruto. Daarmee wordt werknemer naar het oordeel van de kantonrechter ook voldoende gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar gedrag van Antalya. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat werknemer heeft verklaard dat hij weer in enige mate inkomsten heeft uit ander werk en dat werknemer ook aanspraak heeft op een transitievergoeding. Antalya wordt veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 12.370,32 bruto.