Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 22 februari 2019
ECLI:NL:RBAMS:2019:10183
Feiten
Tussen ING Verzekeringen Personeel B.V. en werkneemster heeft een arbeidsovereenkomst bestaan van 1 juli 2008 tot 1 juli 2014. Op 7 mei 2014 is tussen partijen een vaststellingsovereenkomst overeengekomen, waarin onder meer is bepaald dat partijen zich niet negatief over elkaar uitlaten, en dat in aanvulling op de geheimhoudingsverplichting in de arbeidsovereenkomst partijen strikte geheimhouding zullen betrachten tegenover derden over de redenen van de vaststellingsovereenkomst, de inhoud daarvan en de wijze waarop deze is uitgevoerd. Op 1 april 2015 is de naam van ING Verzekeringen Personeel B.V. gewijzigd in NN Insurance Personeel B.V. Op 20 februari 2017 heeft de kantonrechter onder meer beslist dat het werkneemster wordt verboden om gedurende één jaar contact op nemen met NN Group en NN Insurance Personeel en is zij veroordeeld tot nakoming van de hiervoor genoemde bepalingen uit de vaststellingsovereenkomst, een en ander op straffe van een dwangsom. Werkneemster heeft tegen het vonnis geen hoger beroep ingesteld. Het vonnis is op 21 februari 2017 aan werkneemster betekend en ook aanzegging van verbeurde dwangsommen, tevens stuiting van verjaring is betekend. In reactie op de stuiting van 7 november 2017 heeft werkneemster een e-mail gestuurd aan de advocaat van NN, met de toenmalige Nederlandse ambassadeur van India in de cc. NN vordert onder meer een verklaring voor recht dat werkneemster onrechtmatig handelt door het vonnis te overtreden en haar verplichting uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst heeft geschonden.
Oordeel
De vorderingen van NN richten zich op gedragingen van werkneemster na het vonnis. Werkneemster heeft een groot deel van haar verweer gewijd aan haar persoonlijke omstandigheden, zoals die zich hebben voorgedaan vóór het aangaan van de vaststellingsovereenkomst. Deze omstandigheden kunnen NN niet worden tegengeworpen nu die zijn verdisconteerd in de vaststellingsovereenkomst en de daarvan onderdeel uitmakende finale kwijting. Werkneemster heeft niets gesteld om de vaststellingsovereenkomst aan te tasten. Ook het verweer dat NN haar verplichtingen niet volledig of juist is nagekomen en zich niet heeft gedragen als goed werkgever, kunnen er niet toe leiden dat het door NN gevorderde wordt afgewezen, nu werkneemster hier geen enkele gevolgtrekking aan heeft verbonden. Verder kunnen de aangevoerde feiten en omstandigheden niet dienen als onderbouwing van overmacht voor gedragingen van werkneemster na het vonnis. Werkneemster heeft onrechtmatig gehandeld en de verklaringen voor recht worden toegewezen.
Dwangsommen
NN heeft gesteld dat werkneemster de ge- en verboden in totaal 860 keer heeft overtreden. Daarbij wordt verwezen naar tweets en e-mails. Werkneemster wordt niet gevolgd in haar verweer dat haar uitlatingen niet in strijd zijn met het vonnis. De uitlatingen zijn onmiskenbaar aan te merken als negatieve uitlatingen. Bovendien blijkt dat werkneemster niet alleen contact heeft opgenomen met de advocaten van NN, maar ook via cc aan derden en via twitter. De negatieve uitlatingen waren dan ook voor derden kenbaar. Het beroep van werkneemster op haar vrijheid van meningsuiting slaagt ook niet. Dit recht is niet absoluut en werkneemster heeft in dit geval haar vrijheid beperkt door de vaststellingsovereenkomst overeen te komen. Werkneemster heeft de dwangsommen verbeurd tot het maximum van € 100.000. Daarnaast wordt het verbod verlengd voor een periode van tien jaar vanaf datum vonnis.
Overige vorderingen
Het contactverbod wordt eveneens toegewezen, nu is gebleken dat NN belang heeft bij een contactverbod als ordemaatregel. Voor toepassing van lijfsdwang ziet de kantonrechter onvoldoende aanleiding, omdat niet is vastgesteld dat werkneemster het contactverbod heeft overtreden. Zonder af te doen aan de onrechtmatigheid van de gedragingen hebben de negatieve uitlatingen, die kenbaar zijn voor derden, een andere lading, dan wanneer die rechtstreeks gericht zijn aan NN of personen in dienst van of werkzaam bij NN. De vordering tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst en verwijdering van twitterberichten wordt eveneens toegewezen.