Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 22 april 2020
ECLI:NL:RBGEL:2020:2348
Feiten
Werknemer treedt op 1 juli 2017 in dienst bij Starberry voor de duur van zes maanden tot en met 31 december 2017. Bij de stukken bevindt zich een arbeidsovereenkomst tussen bedrijf X en werknemer waarin partijen verklaren dat werknemer met ingang van 1 mei 2018 bij bedrijf X in dienst treedt voor bepaalde tijd tot en met 31 mei 2019. Partijen sluiten op 1 januari 2019 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd waarbij werknemer in dienst treedt bij Starberry, eindigend op 30 november 2019. Op de arbeidsovereenkomsten is de CAO glastuinbouw van toepassing. Op 1 oktober 2019 stuurt Starberry een e-mail aan werknemer waarin zij meedeelt dat de arbeidsovereenkomst van werknemer niet wordt verlengd en eindigt per 30 november 2019. Werknemer verzoekt de kantonrechter de door Starberry op 1 oktober 2019 gegeven opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen en Starberry te veroordelen vanaf die datum aan werknemer het salaris te betalen.
Oordeel
Vernietiging van de opzegging
Naar het oordeel van de kantonrechter zijn partijen in de periode vanaf 1 juli 2017 tot en met 30 november 2019 in totaal vier arbeidsovereenkomsten overeengekomen. De eerste arbeidsovereenkomst is, gelet op de bepaalde duur met einddatum, van rechtswege geëindigd op 31 december 2017. Op grond van artikel 7:668 lid 4 sub a BW wordt de arbeidsovereenkomst geacht voor dezelfde tijd op de vroegere voorwaarden te zijn voortgezet. Vanaf 1 januari 2018 geldt tussen partijen dus een tweede arbeidsovereenkomst, onder dezelfde voorwaarden en dus wederom voor de duur van zes maanden, tot en met 30 juni 2018. Deze arbeidsovereenkomst is echter voortijdig geëindigd door het aangaan van de derde arbeidsovereenkomst per 1 mei 2018, met tevens een wijziging van de voorwaarden door de gemiddelde arbeidsduur van ten minste 8 uur per week, en eindigend op 31 mei 2019. De kantonrechter volgt de stelling van Starberry dat de (vierde) arbeidsovereenkomst van 1 januari 2019 slechts een correctie van de derde arbeidsovereenkomst is, niet. Dat betekent dat het maximaal aantal opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd is overschreden. De kantonrechter is van oordeel dat de arbeidsovereenkomst tussen werknemer en Starberry in ieder geval vanaf 1 januari 2019 geldt als aangegaan voor onbepaalde tijd. Daarom is de opzegging van Starberry bij brief van 30 oktober 2019 in strijd met artikel 7:671 lid 1 BW en vernietigt de kantonrechter deze opzegging.
Gevolgen van de arbeidsomvang
Vanaf 1 januari 2019 is sprake van een overeengekomen gemiddelde arbeidsduur van ten minste 8 uur per week, die tot 48 uur per week kan bedragen. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de feitelijke omvang van de arbeid voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid van werknemer (sinds juli 2019) zich structureel op een hoger niveau bevond dan de minimale arbeidsduur van 8 uur per week. Omdat werknemer vanaf juli 2019 arbeidsongeschikt is, acht de kantonrechter de referteperiode van drie maanden voorafgaand aan 30 november 2019 niet representatief. Ten aanzien van de drie maanden voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid van werknemer (april 2019 – 195 uur, mei 2019 – 100 uur en juni 2019 – 111 uur), is niet gebleken dat deze maanden niet representatief zouden zijn. Daarom wordt de arbeidsomvang gelijkgesteld aan het gemiddelde van deze drie maanden te weten: 135,33 uur per maand. Het salaris bedraagt € 11,60 bruto per uur. Daarom wordt uitgegaan van (135,33 x € 11,60 =) € 1.569,83 bruto loon per maand. Vast is komen te staan dat Starberry het loon van werknemer tot en met 30 november 2019 heeft uitbetaald. De kantonrechter veroordeelt Starberry tot betaling van een bedrag van € 1.569,83 bruto aan loon over de maand december 2019. Vanaf 1 januari 2020 wijzigt de (volledige) loondoorbetalingsverplichting, omdat werknemer op dat moment 26 weken arbeidsongeschikt is en Starberry op grond van artikel 44 lid 5 van de cao verplicht is ‘slechts’ 90% van het loon door te betalen. De kantonrechter zal Starberry veroordelen tot betaling van een bedrag van (90% van € 1.569,83 =) € 1.412,85 bruto per maand vanaf januari 2020.