Naar boven ↑

Rechtspraak

Confectiefabriek De Berkel B.V./werknemer
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 26 mei 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:4049
Incorporatiebeding in arbeidsovereenkomst uit 1996 kwalificeert als dynamisch incorporatiebeding. Werkgever dient loon arbeidsongeschikte werknemer door te betalen conform de staffel in de cao MITT 2016/2019 (eerst 100%, na zes maanden stapsgewijze afbouw).

Feiten

Werknemer is sinds 1 augustus 1994 als vertegenwoordiger in dienst bij Confectiefabriek De Berkel B.V. (hierna: De Berkel). Per 1 september 2008 is hij benoemd tot statutair bestuurder van De Berkel. Zijn laatstgenoten brutosalaris bedroeg € 7.886 per maand. De laatste schriftelijke arbeidsovereenkomst tussen partijen betreft een arbeidsovereenkomst van 21 januari 1996. Op de arbeidsovereenkomst is de ‘cao voor de confectie-industrie’ van toepassing verklaard. Werknemer is sinds 2 november 2018 volledig arbeidsongeschikt ten gevolge van ziekte. Tot en met januari 2019 heeft De Berkel zijn volledige loon doorbetaald. Over de maand februari 2019 heeft De Berkel € 4.865,25 aan ziekengeld ingehouden en heeft werknemer (het netto-equivalent van) € 3.020,75 bruto ontvangen. In eerste aanleg heeft de voorzieningenrechter De Berkel veroordeeld tot betaling van het netto-equivalent van € 4.865,25 bruto over de maanden maart en april 2019. Ook is De Berkel veroordeeld om voor de (verdere) duur van het tijdvak als bedoeld in artikel 7:629 lid 1 BW en te rekenen vanaf 2 november 2018 100% van het loon door te betalen. In hoger beroep staat (wederom) de hoogte van de loondoorbetaling tijdens de arbeidsongeschiktheid van werknemer ter discussie.

Oordeel

Verworven recht

Het hof is allereerst van oordeel dat van een verworven recht geen sprake is. Daarvoor is immers vereist dat sprake is van een consistente handelswijze bij De Berkel waardoor bij werknemer het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte zijn loon voor de volle 100% wordt doorbetaald. Dat gerechtvaardigd vertrouwen mocht werknemer, anders dan hij heeft betoogd, niet ontlenen aan de ziekteperiodes waarin zijn loon volledig is doorbetaald. Enerzijds omdat tijdens zijn laatste arbeidsongeschiktheid zijn loon slechts gedurende korte tijd (te weten over de maanden november en december 2018 en januari 2019) volledig is doorbetaald en anderzijds omdat werknemer tijdens zijn eerdere arbeidsongeschiktheid vanwege een deels afgescheurde pees (gedurende een korte periode van 9 juli 2018 tot 17 september 2018) werkzaamheden is blijven verrichten.

Loondoorbetaling op grond van de van toepassing verklaarde cao

De tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst van 21 januari 1996 geldt nog steeds tussen partijen. Naast de arbeidsrechtelijke relatie ontstond er per 1 september 2008 ook een vennootschapsrechtelijke relatie. De overige voorwaarden bleven ongewijzigd. Dat betekent dat de arbeidsovereenkomst nog steeds tussen partijen van kracht is, inclusief het incorporatiebeding. Volgens het hof is sprake van een dynamisch incorporatiebeding, omdat in het artikel geen verwijzing is opgenomen naar een specifieke versie van de cao, terwijl algemeen bekend is dat cao’s periodiek inhoudelijk kunnen wijzigen. Naar het oordeel van het hof is met de verwijzing naar de cao ‘voor de confectie-industrie’ de cao MITT 2016/2019 bedoeld, gelet op de werkingssfeerbepaling en de activiteiten van De Berkel, te weten het vervaardigen van werkkleding. In de cao MITT 2016/2019 is bepaald dat de werkgever de eerste zes maanden van arbeidsongeschiktheid 100% van het inkomen dient door te betalen. Dit percentage neemt na die periode stapsgewijs af. Nu de bepalingen uit de cao MITT 2016/2019 van toepassing zijn op de arbeidsrelatie tussen De Berkel en werknemer betekent dit dat het loon van werknemer conform voornoemde staffel door De Berkel moet worden voldaan. Hetgeen door werknemer subsidiair is gevorderd (doorbetaling van loon overeenkomstig de toepasselijke cao) wordt daarom toegewezen.