Naar boven ↑

Rechtspraak

Panasia Europe B.V./werknemer
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 19 mei 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:920
Dat werknemer geld zou hebben verduisterd en/of misbruik heeft gemaakt van de aan hem ter beschikking gestelde bankpas en/of opzettelijk onjuiste bedragen heeft gedeclareerd is niet gebleken. De vordering tot (terug)betaling wordt afgewezen.

Feiten

Werknemer is vanaf juni 2008 tot februari 2012 werkzaam geweest voor Panasia Co. Lts. In september 2011 is werknemer naar Nederland uitgezonden om een Europese vestiging op te zetten. Per 18 oktober 2011 is Panasia Co Lts ingeschreven in het Nederlandse handelsregister met volledige volmacht voor werknemer. Op 1 maart 2012 heeft werknemer als werkgever en werknemer een arbeidsovereenkomst naar Nederlands recht ondertekend en salaris ontvangen. Werknemer was door Panasia Co. Ltd. gemachtigd om alle kosten te betalen die samenhingen met het operationeel krijgen en houden van de Nederlandse vestiging, zoals de huur en inrichting van een kantoorpand. Werknemer diende maandelijks een ‘Settlement of Expenditure’ in bij het hoofdkantoor van Panasia Co. Ltd. in Zuid-Korea met een overzicht van de door hem gemaakte kosten. Werknemer is op 31 oktober 2014 uit dienst getreden bij Panasia Co. Ltd. Bij het einde van zijn dienstverband is een overdracht geweest. Tot het moment van uitdiensttreding is door Panasia Co. Ltd. nooit aan werknemer gevraagd om bonnetjes over te leggen van de door hem gemaakte onkosten. Op 30 maart 2016 is de vennootschap Panasia Europe B.V. opgericht. Per brief van 23 mei 2016 heeft Panasia Europe B.V. aan werknemer te kennen gegeven dat haar na een eerste onderzoek was gebleken dat werknemer geld had verduisterd, althans onrechtmatig had verkregen en heeft zij werknemer om terugbetaling verzocht. Panasia Europe B.V. heeft in eerste aanleg betaling gevorderd van werknemer. De rechtbank heeft de vorderingen afgewezen en overwogen dat Panasia Europe B.V. pas is opgericht in 2016, toen werknemer reeds uit dienst was getreden van Panasia Co. Ltd. Een eventuele vordering op werknemer op grond van een tekortkoming, althans onrechtmatige daad, althans onverschuldigde betaling komt naar het oordeel van de rechtbank niet aan Panasia Europe B.V. toe maar aan Panasia Co. Ltd.

Oordeel

Het hof overweegt dat Panasia Europe B.V. in hoger beroep voldoende heeft aangetoond dat zij (thans) gerechtigd is tot het instellen van haar vorderingen tegen werknemer. Panasia Europe B.V. vordert onder meer te veel betaalde borg voor de huurwoning terug. Panasia Europe B.V. heeft haar stellingen op dit punt deugdelijk gemotiveerd en onderbouwd. Werknemer heeft zijn verweer daarentegen niet voldoende onderbouwd. Zo heeft hij niet gesteld dat en hoe hij de borg heeft verantwoord, terwijl niet valt in te zien dat en waarom hij daartoe niet (meer) in staat is. Wat betreft de overige onderdelen van de vorderingen van Panasia Europe B.V. is het hof van oordeel dat deze bij gebrek aan voldoende motivering en onderbouwing moeten worden afgewezen. Dat werknemer geld zou hebben verduisterd en/of misbruik heeft gemaakt van de aan hem ter beschikking gestelde bankpas en/of opzettelijk onjuiste bedragen heeft gedeclareerd blijkt, anders dan Panasia Europe B.V. meent, niet “in één oogopslag” uit haar summiere stellingen, noch uit de vele door haar overgelegde overzichten en bankafschriften. Voor zover Panasia Europe B.V. haar vordering heeft gebaseerd op onverschuldigde betaling, is het hof van oordeel dat Panasia Europe B.V. thans in redelijkheid niet meer van werknemer kan verlangen dat hij de door hem gedeclareerde onkosten over de periode 2012-2014, die deels bestonden uit contante betalingen, alsnog met behulp van bonnetjes aantoont.