Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Afwikkeling SRK
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 7 februari 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:5309
Arbeidsovereenkomst van arbeidsrechtjurist is na opsplitsing van activiteiten van rechtsbijstandsverlener met wederzijds goedvinden geëindigd. Beëindigingsbrief werkgever geldt als (schriftelijk) aanbod en werkgever mocht door handelingen werkneemster gerechtvaardigd erop vertrouwen dat dit aanbod tot beëindiging is aanvaard.

Feiten

Werkneemster is op 15 augustus 2004 als rechtshulpverlener in dienst getreden van Stichting Schaderegelingskantoor voor Rechtsbijstandverzekering (hierna: SRK). Circa 70% van de werkzaamheden van SRK betrof de rechtsbijstandverzekeringen van Nationale Nederlanden en circa 20% betrof verzekeringen van Aegon. Op 23 mei 2018 heeft Nationale Nederlanden de samenwerking met SRK Rechtsbijstand opgezegd. Op 28 september 2018 heeft ook Aegon de samenwerking opgezegd. Over deze opzeggingen van de samenwerking is een procedure gevoerd voor de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam. In zijn uitspraak van 31 oktober 2018 (ECLI:NL:GHAMS:2018:3996) heeft de Ondernemingskamer (onder meer) de rechtsgevolgen van de opzeggingen door Nationale Nederlanden en Aegon opgeschort tot 1 juli 2019. Op 4 januari 2019 is een ‘Overeenkomst op hoofdlijnen’ getekend, die de contouren weergeeft van de opsplitsing van SRK, die het gevolg was van de opzegging van de samenwerking door Nationale Nederlanden en Aegon. De wijze waarop de werknemers zouden overgaan is nader uitgewerkt in het ‘Transitieplan personele ontvlechting SRK per 1 juli 2019’ van 13 april 2019. Kern van het Transitieplan is dat werknemers van SRK de keuze kregen in dienst te treden van SRK 2.0, ARAG of DAS. Werknemers konden hun voorkeur kenbaar maken. Medewerkers die geen keuze voor SRK 2.0 of ARAG maakten, zouden in dienst blijven van SRK en van rechtswege, op grond van overgang van onderneming, in dienst komen bij DAS. Op of direct na 20 juni 2019, tijdens haar onderhandelingen met ARAG, heeft werkneemster van SRK een brief ontvangen over – kort samengevat – de beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden. Per 1 juli 2019 is werkneemster in dienst getreden van ARAG Rechtsbijstand als expert jurist arbeidsrecht. Per 1 juli 2019 heeft Stichting Rechtsbijstand haar activiteiten beëindigd en heeft zij haar (statutaire) naam gewijzigd in SRK (Stichting Afwikkeling SRK). Werkneemster verzoekt de kantonrechter haar onder meer een transitievergoeding en een gefixeerde schadevergoeding toe te kennen in verband met onregelmatige eenzijdige opzegging van haar arbeidsovereenkomst. SRK is van mening dat de arbeidsovereenkomst per 30 juni 2019 als gevolg van beëindiging met wederzijds goedvinden dan wel van rechtswege is geëindigd.

Oordeel

Aan het schriftelijkheidsvereiste van artikel 6:670b BW is naar het oordeel van de kantonrechter voldaan via de brief van 20 juni 2019. Daarin staat zwart-op-wit dat sprake zal zijn van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. In het licht van de beslissing van de Hoge Raad in het Grillroom Ramses II-arrest oordeelt de kantonrechter dat uit de brief van 20 juni 2019 duidelijk en ondubbelzinnig genoeg blijkt dat, voor het geval werkneemster in dienst zou treden van ARAG, sprake zou zijn van een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met SRK met wederzijds goedvinden. In die zin heeft SRK op 20 juni 2019 schriftelijk een aanbod aan werkneemster gedaan om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. Uit het feit dat werkneemster met deze wetenschap vervolgens (a) met ARAG tot overeenstemming is gekomen, (b) vanaf 1 juli 2019 daadwerkelijk bij ARAG is dienst is gekomen en (c) zich ten opzichte van SRK zodanig heeft gedragen, onder meer door zonder protest de bedrijfseigendommen van SRK in te leveren, dat zij haar arbeidsovereenkomst als beëindigd beschouwde, mocht SRK op de voet van artikel 3:35 BW het gerechtvaardigd vertrouwen hebben dat werkneemster met beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden, zoals aangekondigd in de brief van 29 juni 2019 instemde. In die zin heeft werkneemster het aanbod tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden van SRK aanvaard. Daarmee is dus een overeenkomst tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden tussen werkneemster en SRK tot stand gekomen. Naar het oordeel van de kantonrechter wijkt het voorliggende geschil in zoverre af van de Bidfoot-uitspraak dat in die zaak het de werkgever was die het initiatief had genomen tot beëindiging van het dienstverband in verband met een reorganisatie. In de voorliggende zaak was het juist werkneemster die het initiatief heeft genomen, doordat zij op de website haar belangstelling voor een functie bij ARAG kenbaar heeft. Had zij dat niet gedaan dan was zij op grond van overgang van onderneming van rechtswege in dienst gekomen bij DAS. In de Bidfoot-uitspraak was daarnaast kennelijk niet ondubbelzinnig genoeg aangegeven dat sprake zou zijn van beëindiging met wederzijds goedvinden.