Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 28 mei 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:5281
Feiten
Werknemer is op 1 mei 2015 in dienst getreden bij Ligthart Zuiderpark B.V. (hierna: Ligthart). Per 1 januari 2019 heeft werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Werknemer heeft zich op 19 februari 2020 ziek gemeld bij Ligthart. Ligthart heeft op 2 maart 2020 opdracht gegeven voor een onderzoek naar het gedrag van werknemer. In het rapport staat kort gezegd dat eind 2019 aan het licht is gekomen dat werknemer op 38 tankpassen frauduleuze transacties pleegt en dat werknemer zijn eigen auto regelmatig voltankt en daarvoor betaalt met spaarpunten die toebehoren aan andere Euronetpassen. Op 18 maart 2020 was dit onderzoek voltooid en op 19 maart 2020 heeft Ligthart per brief aan werknemer medegedeeld dat hij op staande voet is ontslagen. De door Ligthart in die brief aangevoerde dringende reden voor ontslag is het meermaals plegen van diefstal c.q. verduistering met het ESSO spaarpuntensysteem en het sjoemelen met uitgestelde betalingen. Werknemer verzoekt in deze procedure vernietiging van het ontslag op staande voet. Ligthart heeft bij wijze van tegenverzoek een (voorwaardelijk) ontbindingsverzoek ingediend.
Oordeel
Voor de beoordeling van de vraag of het door Ligthart aan werknemer gegeven ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zijn de aan werknemer opgegeven redenen zoals vermeld in de brief van 19 maart 2020 maatgevend. Nadat Ligthart eind 2019 verdachte activiteiten door werknemer op het spoor kwam, heeft Ligthart hiernaar een onderzoek laten instellen. Uit het rapport hierover blijkt dat werknemer heeft gefraudeerd met het ESSO spaarpuntensysteem door in totaal 38 verschillende spaarpassen te gebruiken op verschillende (valse) namen. Doordat er telkens nieuwe passen werden aangemaakt en constant spaarpunten werden bijgeboekt heeft het lang geduurd voordat de fraude aan het licht kwam. Werknemer heeft het door Ligthart in dit geding aangedragen bewijs van de werkwijze en de door hem gepleegde fraude niet dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken. Hij heeft de inhoud van het rapport feitelijk niet weersproken. De omvang en de ernst van de fraude zoals die op 18 maart 2020 bleek uit het rapport is dusdanig ernstig dat dit het op 19 maart 2020 bij brief gegeven ontslag zonder meer rechtvaardigt. De in die brief opgegeven redenen voor het ontslag op staande voet moeten werknemer zonder verdere toelichting helemaal duidelijk zijn geweest. Daarover kan geen misverstand bestaan. Gezien het hiervoor overwogene staat vast dat werknemer door zijn handelen aan Ligthart een dringende reden voor ontslag op staande voet heeft gegeven. Ook wordt op grond van het rapport geconcludeerd dat dit ontslag op staande voet direct en onverwijld is gegeven, aangezien het ontslag op staande voet is gegeven één dag nadat op 18 maart 2020 het onderzoek en de analyse van het gebruik van het systeem van de Esso-organisatie was voltooid. Deze fraude is zo ernstig dat de persoonlijke omstandigheden van werknemer daar niet tegen opwegen. Het ontslag op staande voet van 19 maart 2020 blijft daarom in stand en de arbeidsovereenkomst tussen partijen is om die reden dus rechtsgeldig geëindigd op die dag. Het voorgaande brengt met zich mee dat het door Ligthart gedane voorwaardelijke ontbindingsverzoek geen beoordeling meer behoeft. De daaraan verbonden voorwaarde is immers niet in vervulling gegaan.