Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Lelystad), 27 maart 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:6617
Feiten
Bij brief van 20 december 2016 heeft Stichting Pensioenfonds Openbare Bibliotheken (hierna: POB) aan Karmac Bibliotheek bericht dat Karmac sinds de oprichtingsdatum van 7 april 2008 onder de verplichtstelling tot deelneming in POB valt, dat POB aanspraak maakt op premiebetaling vanaf 7 april 2008 en dat Karmac verplicht is het personeel aan te melden. Karmac heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet onder de verplichtstelling valt. POB vordert (onder meer) een verklaring voor recht dat Karmac onder de verplichtstelling valt en een veroordeling tot aanmelding van alle werknemers bij POB.
Oordeel
Centraal in dit geschil staat de vraag of Karmac op grond van haar activiteiten al dan niet onder de verplichtstelling van het POB valt. Op grond van de verschillende verplichtstellingsbesluiten bestond een verplichte deelneming voor werknemers van Karmac vanaf 16 december 2010 tot heden. De kantonrechter overweegt verder dat, nog daargelaten dat het niet zonder meer in strijd met de redelijkheid en billijkheid is dat POB en de VOB zich op verschillende standpunten stellen, het verweer van Karmac dat zij niet als openbare bibliotheek kan worden aangemerkt, omdat de Vereniging Openbare Bibliotheken (VOB) weigert haar als openbare bibliotheek te erkennen, relevantie mist. De verplichte deelneming vanaf 16 december 2010 is immers niet gebaseerd op het feit dat Karmac een openbare bibliotheek is, maar op andere onderdelen van de verplichtstellingsbesluiten. Gelet op het voorgaande kan de door POB gevorderde verklaring voor recht worden gegeven, met dien verstande dat als ingangsdatum van de verplichtstelling 16 december 2010 zal worden gehanteerd. Eveneens kunnen worden toegewezen de vorderingen tot veroordeling van Karmac tot het verstrekken van de benodigde gegevens en een controleverklaring van de accountant daaromtrent. Karmac zal verder worden veroordeeld tot het betalen van de premie vanaf 16 december 2010 die zij, op grond van de door haar verstrekte en door een accountant goedgekeurde gegevens, aan POB verschuldigd zal blijken te zijn.