Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Sitra Nederland B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 25 juni 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:6409
Het eenmaal te laat op het werk verschijnen, het rijden zonder bestuurderspas, tachograaf en boordcomputer, alsmede het betreden van het terrein van de opdrachtgever tijdens een schorsing leveren geen dringende reden voor ontslag op staande voet op.

Feiten

Sitra is een internationaal transportbedrijf gespecialiseerd in transport van voedingsproducten. Sitra transporteert onder meer producten voor de Suiker Unie, gevestigd te Dinteloord. Werknemer is op 15 oktober 2019 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (voor één jaar) in dienst getreden bij Sitra. Werknemer was voltijds werkzaam in de functie van chauffeur tegen een salaris van € 2.670,89 bruto per maand. Op 6 november 2019 heeft Sitra een schriftelijke waarschuwing aan werknemer gegeven in verband met zijn handelen en gedrag. Op 20 januari 2020 heeft Sitra werknemer op staande voet ontslagen wegens – kort gezegd – het in de nacht van 16 op 17 januari 2020 te laat op het werk verschijnen, het op 17 januari 2020 rijden zonder bestuurderspas, boordcomputer en digitale tachograaf, alsmede het betreden van het terrein van de opdrachtgever van Sitra tijdens schorsing. Werknemer verzoekt het ontslag op staande voet te vernietigen en loondoorbetaling vanaf 1 januari 2020. Bij wijze van tegenverzoek verzoekt Sitra de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk te ontbinden wegens primair verwijtbaar handelen en/of nalaten, subsidiair een verstoorde arbeidsverhouding dan wel meer subsidiair de cumulatiegrond.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat het te laat uitvoeren van de rit, waardoor werknemer de lading te laat bij de Suiker Unie heeft gelost, geen dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. Werknemer heeft weliswaar onjuist gehandeld bij het uitvoeren van de rit van 16 op 17 januari 2020 door zonder overleg met zijn werkgever te rijden zonder bestuurderspas, tachograaf en boordcomputer, alsmede om tijdens zijn schorsing het terrein van de opdrachtgever te betreden, maar de aard en ernst van zijn handelen levert geen dringende reden voor een ontslag op staande voet op. Daarbij wordt eerst in aanmerking genomen dat niet is gebleken dat het te laat komen bij de Suiker Unie ernstige (financiële) gevolgen heeft gehad voor haar of voor Sitra. Ten tweede is niet gebleken dat Sitra in dit kader een schriftelijk beleid heeft waarin staat dat bij overtreding van het rijden zonder bestuurderspas ontslag kan volgen. Ten slotte is niet gebleken van eerdere vergelijkbare incidenten. Weliswaar is sprake geweest van een eerdere waarschuwing, maar die had betrekking op iets anders en werknemer heeft ter zitting dat voorval uitdrukkelijk betwist. Niet valt in te zien waarom Sitra in de gegeven omstandigheden geen minder verstrekkende maatregel had kunnen nemen in plaats van de als ultimum remedium geldende maatregel van ontslag op staande voet. Dit had gelet op de gevolgen die een ontslag op staande voet voor werknemer heeft, wel van Sitra verwacht mogen worden. Geconcludeerd moet worden dat het ontslag op staande voet niet terecht is gegeven. De kantonrechter is van oordeel dat het verschuldigde loon vanaf 1 januari 2020 toewijsbaar is. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding, omdat op de zitting is gebleken dat beide partijen inmiddels van mening zijn dat daarvan sprake is. Overigens is gelet op de conflicten en meningsverschillen tussen partijen ook voor de kantonrechter duidelijk dat de arbeidsrelatie geen enkele toekomst meer heeft. Gelet op de hierboven genoemde omstandigheden is de kantonrechter van oordeel dat de ontstane situatie in overwegende mate aan werknemer is te wijten, maar van ernstige verwijtbaarheid van werknemer is geen sprake.