Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Action Nederland B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 23 juli 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:6408
Werkneemster heeft de verdenking op zich geladen schuldig te zijn aan diefstal. Werkgeefster is, gezien de leidinggevende functie van werkneemster en het haar kenbare ‘zerotolerancebeleid’ terecht overgegaan tot ontslag op staande voet.

Feiten

Action exploiteert een winkelketen in voornamelijk non-food artikelen. Werkneemster is per 17 april 2017 in dienst getreden van Action. De functie van werkneemster is die van Assistent Bedrijfsleider in het Action-filiaal te Rotterdam. Op grond van artikel 7.1 van de arbeidsovereenkomst maken de door Action aan werkneemster verstrekte huisregels zoals vermeld in de personeelswijzer onderdeel uit de van arbeidsovereenkomst. In de personeelswijzer is onder meer opgenomen dat Action overgaat tot ontslag op staande voet in het geval van fraude, diefstal, verduistering ed. In het kader van haar functie van assistent-bedrijfsleider heeft werkneemster een uitgebreide opleiding van acht weken gevolgd. Tijdens die opleiding zijn de bij Action geldende regels omtrent personeelsaankopen aan de orde geweest. Daarin is onder meer bepaald dat winkelmedewerkers korting ontvangen op privéaankopen in de winkel waar zij werkzaam zijn. Personeelsaankopen worden altijd op dezelfde dag afgerekend. Als na de aankoop nog een dienst gedraaid moet worden, is het belangrijk de kassabon bij de artikelen te bewaren om deze bij een uitgangscontrole te overhandigen. Als blijkt dat een korting onterecht is genoten zal dit worden aangemerkt als fraude. Op 10 maart 2020 heeft Action werkneemster op staande voet ontslagen wegens – kort gezegd – diefstal dan wel verduistering. Werkneemster verzoekt de door Action gegeven opzegging te vernietigen.

Oordeel

De kantonrechter stelt voorop dat vast staat dat werkneemster een zwarte (gel) zadelhoes en een badkamerkastje heeft meegenomen uit het filiaal waar zij werkzaam was, zonder daarvoor die dag te betalen. Evident is dat Action groot belang heeft bij een correcte naleving van de door haar opgestelde regels en procedures waar het aankomt op door eigen medewerkers gedane aankopen, ter voorkoming van diefstal en misverstanden. Dat belang van Action, die er in dat verband ook op heeft gewezen dat zij ter zake een ‘zerotolerancebeleid’ voert, klemt temeer indien het een werknemer met een leidinggevende functie betreft, die bovendien een opleiding heeft genoten waarbij die regels en procedures nog eens onder de aandacht zijn gebracht. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werkneemster deze regels met voeten getreden. Daartoe wordt overwogen dat zij in reactie op het verwijt dat Action haar heeft gemaakt met betrekking tot de door haar op 9 maart 2020 zonder die dag te betalen meegenomen zadelhoes, weliswaar een kassabon heeft overgelegd met daarop vermeld de aanschaf van een zadelhoes ter waarde van € 0,89 op 29 februari 2020 om 16.22 uur, maar daarmee is niet verklaard waarom zij die dan, zoals de regels van Action voorschrijven, niet direct mee naar huis heeft genomen toen zij die dag om 16.25 uur uit het filiaal vertrok. Vast staat ook dat zij op 6 maart 2020 een badkamerkastje heeft meegenomen zonder daarvoor die dag te betalen. Werkneemster heeft in dat verband gesteld het badkamerkastje daarvoor al te hebben betaald, maar heeft nagelaten deze stelling te onderbouwen met een kassabon of met een rekeningafschrift. Gezien dit alles komt de kantonrechter tot het oordeel dat werkneemster door te handelen als zij heeft gedaan bij Action de verdenking op zich heeft geladen dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in dienstbetrekking, welke verdenking door haar onvoldoende is ontkracht. Aldus heeft werkneemster, gelet op haar leidinggevende functie en het haar kenbare ‘zerotolerancebeleid’ van Action, een zodanige situatie in het leven geroepen dat van Action redelijkerwijze niet kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Action is naar het oordeel van de kantonrechter dan ook terecht overgegaan tot het geven van het ontslag op staande voet op de door haar daaraan ten grondslag gelegde gronden.