Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Primark Netherlands B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 16 juli 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:3476
Kledingwinkel niet aansprakelijk voor gevolgen ongeval, waarbij werkneemster haar hoofd aan een kledingstang heeft gestoten. Geen sprake van een risicovolle situatie waarvoor werkgever had moeten waarschuwen of die werkgever had moeten voorkomen.

Feiten

Werkneemster, thans 28 jaar oud, is op 27 juli 2015 als verkoopster voor 20 uur per week in dienst getreden van Primark Netherlands B.V. Op 2 maart 2017 is zij in de winkel met de linkerkant van haar hoofd aangekomen tegen (het uiteinde van) een metalen stang waaraan kleding hing, waardoor zij zich heeft bezeerd. Op 9 maart 2017 heeft werkneemster de spoedeisende hulp en de poli oogheelkunde van het HMC bezocht. Daarbij zijn geen afwijkingen geconstateerd. In februari 2018 heeft een neuroloog van het HMC geconstateerd dat sprake is van posttraumatische of postcommotionele klachten, na ‘stomp trauma’. Werkneemster heeft zich direct na het ongeval enige dagen arbeidsongeschikt gemeld, waarna zij het werk gedurende ongeveer een jaar heeft hervat. In mei 2018 en in november 2019 is werkneemster met zwangerschapsverlof gegaan. Op dit moment doet zij op re-integratiebasis enige uren per week administratief werk voor Primark en wordt zij begeleid naar werkhervatting in het tweede spoor. Werkneemster vordert thans een verklaring voor recht dat Primark onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de schade die zij heeft geleden en nog zal lijden. Werkneemster stelt dat zij als gevolg van het ongeval nu meer dan een jaar arbeidsongeschikt is en inkomensschade lijdt. Zij moet binnen en buiten een zonnebril dragen. Ook heeft zij medische kosten moeten maken, waarvoor zij niet verzekerd is, aldus werkneemster.

Oordeel

De kantonrechter oordeelt als volgt. Ook als de kantonrechter ervan zou uitgaan dat de klachten van werkneemster zijn veroorzaakt doordat zij haar hoofd heeft gestoten tegen een kledingstang, wat nog niet vaststaat, dan is er nog geen grond om Primark daarvan een verwijt te maken. Werkneemster stelt wel dat haar oog in aanraking is gekomen met het scherpe uiteinde van een kledingstang, maar ten eerste staat dat niet vast, dat is op de overgelegde videobeelden niet te zien. Zij kan zich ter plaatse aan iets anders hebben gestoten. Ten tweede is dat uiteinde niet scherp, zodat er geen risicovolle situatie is waarvoor Primark had moeten waarschuwen of die Primark had moeten voorkomen. In de medische stukken is sprake van ‘een stomp trauma’. Werkneemster heeft bovendien niets aangevoerd waaruit kan worden afgeleid dat het allemaal anders was afgelopen als Primark de uiteinden van de kledingstangen van rubberen doppen had voorzien. Het is heel naar voor werkneemster dat zij de klachten heeft die zij beschrijft, maar Primark is niet aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval op 2 maart 2017. Daaraan doet niet af dat Primark instructies heeft gegeven om stangen waaraan geen kleding hangt, zekerheidshalve weg te draaien tegen de wand, nu Primark onbetwist heeft aangevoerd dat aan de stang ter plaatse kleding hing. De vordering van werkneemster wordt afgewezen.