Rechtspraak
Rechtbank Gelderland (Locatie Arnhem), 24 juli 2020
ECLI:NL:RBGEL:2020:3882
Feiten
Werkneemster is sinds het najaar van 2018 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in dienst bij Evrew Ednav B.V. h.o.d.n. Easy Medical Devices (hierna: EMD) in de functie van commercieel consultant. Bij tussenbeschikking (AR 2020-0609) is overwogen dat van een rechtsgeldig ontslag op staande voet geen sprake was en dat tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op verzoek van werkgever zal worden overgegaan op grond van een verstoorde arbeidsrelatie. De arbeidsovereenkomst wordt met ingang van 1 september 2020 ontbonden. Bij tussenbeschikking is werkneemster, in verband met de berekening van de hoogte van de haar toekomende transitievergoeding, in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van haar stelling dat zij op 1 september 2018 (in plaats van 1 november 2018) in dienst is getreden van EMD.
Oordeel
Transitievergoeding
Werkneemster heeft een arbeidsovereenkomst in het geding gebracht, op grond waarvan zij met ingang van 1 september 2018 in dienst is getreden van iMMC.nl Limited. Daarnaast heeft werkneemster een begeleidende e-mail, gedateerd 9 augustus 2018, overgelegd. Deze was afkomstig van x. Hij schrijft daarin dat iMMC.nl Limited zijn bedrijf is en dat werkneemster vanuit dit (interim-)bedrijf wordt verhuurd aan Easy Medical Devices. Derhalve is er, zo stelt werkneemster, sprake van opvolgend werkgeverschap en dient bij de bepaling van de duur van het dienstverband in verband met de berekening van de transitievergoeding uitgegaan te worden van de aanvangsdatum 1 september 2018. EMD heeft de juistheid hiervan niet meer dan in algemene termen, en derhalve onvoldoende gemotiveerd, bestreden. Voor de berekening van de transitievergoeding dient de duur van de arbeidsovereenkomst berekend te worden met inachtneming van de aanvangsdatum 1 september 2018.
Billijke vergoeding
De arbeidsovereenkomst tussen partijen wordt vanwege een verstoorde arbeidsrelatie, de g-grond, ontbonden. Die verstoring is het directe gevolg van het handelen/nalaten van EMD, in het bijzonder door x, bestaande uit, kort gezegd, de veelheid aan telefoontjes en het zich ophouden in het trappenhuis, en het niet rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet. Dat kwalificeert als ernstig verwijtbaar. Dat is reden om aan werkneemster een door EMD te betalen billijke vergoeding toe te kennen. Voldoende is komen vast te staan dat het door EMD ten onrechte gegeven ontslag op staande voet en het daaraan voorafgegane gedrag van x tot verstoring van de arbeidsrelatie heeft geleid. Zonder dat handelen had de arbeidsovereenkomst, naar moet worden aangenomen, nog zeker een tijd kunnen voortduren. Hoezeer het uitgangspunt bij de begroting van de billijke vergoeding blijkens genoemde uitspraken van de Hoge Raad is om die zo concreet mogelijk, overeenkomstig de bepalingen van Boek 6 BW te bepalen, blijkt dat in zaken als de onderhavige maar moeilijk te realiseren. De bepaling van een belangrijke component, de inkomensschade, is, zo ook in deze zaak, afhankelijk van veel onzekere factoren die het beletten om de (inkomens)schade als element van de billijke vergoeding ook maar enigszins concreet te berekenen. De schade zal daarom schattenderwijs moeten worden begroot. Uitgaande van ontbinding met ingang van 1 september 2020 en de veronderstelling dat werkneemster rond 1 december 2020 vervangend werk zal moeten hebben kunnen vinden komt de inkomensschade neer op een bedrag van drie brutomaandsalarissen te vermeerderen met vakantiegeld. Van de mate van de ernstige verwijtbaarheid gaat een ophogend effect uit, terwijl de transitievergoeding een matigend effect heeft. Dat alles brengt met zich dat de billijke vergoeding begroot wordt op € 5.000 bruto.