Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/RH Marine Netherlands B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 16 juli 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:6824
Werkgever heeft nagelaten werknemer op juiste en zorgvuldig wijze te informeren over de reorganisatie en er zorg voor te dragen dat werknemer de bedongen werkzaamheden kon blijven verrichten. Toewijzing ontbindingsverzoek werknemer en toekenning billijke vergoeding.

Feiten

Werknemer is sinds 1 oktober 1999 in dienst van RH Marine Netherlands B.V. (hierna: HR Marine). Laatstelijk vervulde werknemer de functie van Sales Manager binnen het Defence Safety & Security team. Op zijn beoordelingsgesprek van 19 december 2018 is aan werknemer ontslag per 6 juni 2019 aangezegd vanwege het vervallen van zijn functie door een reorganisatie binnen zijn afdeling. Er werd aan werknemer een beëindigingsvoorstel gedaan en hij werd direct vrijgesteld van werkzaamheden. Op 22 januari 2019 heeft werknemer een tegenvoorstel voor beëindiging gedaan. Op 22 maart 2019 heeft RH Marine aangegeven dat werknemer niet meer terug kan keren in zijn oude functie, omdat de reorganisatie al was doorgevoerd. Diezelfde dag is werknemer volledig uitgevallen en heeft hij zich ziek gemeld. Op 6 mei 2019 heeft RH Marine een aanvraag voor een ontslagvergunning ingediend bij het UWV wegens bedrijfseconomische redenen. Op 2 juli 2019 heeft het UWV toestemming om de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen geweigerd, omdat werkgever niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bedrijfseconomische redenen. Op 2 augustus 2019 heeft RH Marine aan werknemer een functie aangeboden bij Bakker Sliedrecht, een zusterbedrijf van RH Marine. Werknemer is niet ingegaan op deze aangeboden functie. Op 21 september 2019 werd werknemer gesommeerd om zich op 24 september 2019 op kantoor te melden voor een re-integratiegesprek. In het geval dat hij niet op kantoor verschijnt, heeft RH Marine een loonstop aangekondigd. De gemachtigde van werknemer heeft op 24 september 2019 de uitnodiging voor een gesprek afgewezen en heeft laten weten dat werknemer zich niet in staat acht om in gesprek te gaan. De bedrijfsarts heeft vervolgens geoordeeld dat werknemer tijdelijk volledig arbeidsongeschikt is. Volgens de arts is de arbeidsverhouding erg verstoord. Werknemer verzoekt de kantonrechter RH Marine te veroordelen de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van artikel 7:671c BW en aan werknemer de transitievergoeding en een billijke vergoeding te betalen.

Oordeel

De kantonrechter is van oordeel dat door werknemer voldoende is gesteld dat sprake is van omstandigheden die van dien aard zijn dat de arbeidsovereenkomst dadelijk of na korte tijd behoort te eindigen. Het verzoek van werknemer zal dan ook worden toegewezen. Een werkgever heeft de verplichting om ervoor te zorgen dat werknemers op de juiste wijze worden ontslagen alsmede op de juiste manier hierover worden geïnformeerd. Een van de manieren waarop er wordt geïnformeerd is het vragen van advies aan de OR. Niet is gesteld of gebleken dat HR Marine een adviesaanvraag over de reorganisatie aan de OR heeft voorgelegd. Ook zijn pas tijdens de UWV-procedure medio 2019 stukken ter onderbouwing van de reorganisatie overgelegd. Het had naar het oordeel van de kantonrechter, zeker gelet op het bijna twintigjarige dienstverband van werknemer en het feit dat werknemer altijd goed heeft gefunctioneerd, op de weg van RH Marine gelegen om werknemer omtrent de reorganisatie op de juiste wijze en op een zorgvuldig manier te informeren en er zorg voor te dragen dat hij de bedongen werkzaamheden kon blijven verrichten. Het vertrouwen van werknemer in RH Marine heeft een flinke deuk opgelopen. Daar komt bij dat een paar maanden later het UWV een ontslagvergunning aan RH Marine heeft geweigerd en werknemer daarna de verwachting had dat hij in zijn oude functie kon terugkeren. Dat was echter niet geval en daarvoor in de plaats kreeg werknemer een functie bij een zusteronderneming van RH Marine aangeboden. Hieruit blijkt dat RH Marine geen enkele concrete inspanning heeft verricht om werknemer voor haar organisatie te behouden. Daar komt bij dat RH Marine heeft gedreigd met een loonstop. RH Marine heeft er naar het oordeel van de kantonrechter niets aan gedaan om deze periode voor werknemer minder belastend te maken, laat staan dat zij de verstoorde arbeidsverhouding heeft geprobeerd te herstellen, terwijl dit wel van haar verwacht mocht worden. Vorenstaande leidt tot de conclusie dat, alles overziende en in samenhang beschouwd, RH Marine ernstig verwijtbaar ten opzichte van werknemer heeft gehandeld. De kantonrechter ziet dan ook aanleiding om aan werknemer een billijke vergoeding toe te kennen. Gelet op al de omstandigheden van het geval zal de kantonrechter de billijke vergoeding vaststellen op een bedrag van € 80.000 bruto.