Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Talent Werving en Selectie B.V.
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 16 juli 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:6696
De inlenersbeloning, inclusief de manier waarop de ADV-uren zijn gecompenseerd, is door werkgever bepaald conform de richtlijnen en loontabellen zoals die gelden voor het bepalen van de inlenersbeloning.

Feiten

Talent Werving en Selectie B.V. (hierna: TWS) is een uitzendorganisatie die valt onder de ABU cao. Vanuit TWS is werknemer in de periode 25 april 2016 tot 31 december 2019 uitgezonden geweest bij Alcomij B.V. te ’s-Gravenzande. TWS heeft met werknemer een schriftelijke arbeidsovereenkomst waarop de ABU cao van toepassing is en een schriftelijke uitzendovereenkomst gesloten waarin staat vermeld dat hij bij Alcomij te werk zal worden gesteld. In die uitzendovereenkomst staan verder vermeld zijn werktijden, de arbeidsomvang, de functie, de functiegroep, de trede/schaal van de functie, het feitelijk brutoloon en de toepasselijke cao, te weten de cao Metaalbewerkingsbedrijf. TWS heeft de arbeidsovereenkomst tegen 31 december 2019 opgezegd. Artikel 20 van ABU cao versie 2017-2019 omschrijft de regels omtrent de functie-indeling en beloning. Werknemer verzoekt TWS te veroordelen tot betaling aan hem van € 3.753,70 bruto aan transitievergoeding en een bedrag van € 9.516,48 bruto aan achterstallig loon. Aan het verzoek legt werknemer – kort gezegd – ten grondslag dat er niet conform de geldende (inleen)cao is verloond, zoals voortvloeit uit artikel 8 WAADI.

Oordeel

Partijen verschillen van mening over de wijze waarop twee ADV-uren van werknemer zijn gecompenseerd, nu de cao Metaalbewerkingsbedrijf een werkweek van 38 uur kent en werknemer heeft gewerkt in een rooster van 40 uur per week. Uit de door TWS overgelegde loonstroken blijkt voldoende dat TWS op grond van artikel 21 ABU cao die uren heeft gecompenseerd in geld tegen het overeengekomen uurloon. Het stond TWS volgens de ABU cao vrij die ADV-uren te compenseren in tijd of in geld. Partijen twisten voorts over het antwoord op de vraag of artikel 20 van de ABU cao, in strijd is met artikel 8 lid 1 en 2 van de WAADI en dus buiten toepassing moet blijven, zodat het op grond van dat artikel door TWS berekende loon daarom niet juist kan zijn. De daarmee samenhangende vraag is of artikel 20 van de ABU cao een rechtsgeldige afwijking is van artikel 8 lid 1 en 2 WAADI. Die vraag moet bevestigend worden beantwoord. Werknemer stelt zich op het standpunt dat de afwijking van artikel 8 lid 1 en 2 WAADI in artikel 20 van de ABU cao in strijd is met artikel 8 lid 3 WAADI. Dit is niet het geval, ook niet in het licht van de Uitzendrichtlijn, die in artikel 5 lid 3 ook de mogelijkheid biedt om bij cao van het beginsel van gelijke beloning af te wijken. In artikel 20 van de ABU cao is de afwijking niet in duur beperkt, aangezien er geen einddatum of andere beperking van de duur geldt. De ABU cao voldoet met de leden 4 en 5 van artikel 20 daarvan aan artikel 8 lid 3 sub b WAADI. Dit leidt tot de slotsom dat artikel 20 van de ABU cao een rechtsgeldige afwijking van artikel 8 lid 1 en 2 WAADI vormt. De inlenersbeloning, inclusief de manier waarop de ADV-uren zijn gecompenseerd, is door TWS bepaald conform de richtlijnen en loontabellen zoals die gelden voor het bepalen van de inlenersbeloning. Dit betekent dat TWS de inlenerbeloning op de juiste wijze heeft berekend. De loonvordering van werknemer moet worden afgewezen. Met het voorgaande is verder komen vast te staan dat de door TWS berekende transitievergoeding van € 2.798 correct is berekend. De verzochte transitievergoeding is derhalve tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar.