Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 11 augustus 2020
ECLI:NL:GHARL:2020:6344
Feiten
Op 1 oktober 2008 is werknemer in dienst getreden van EDNN. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentie- en relatiebeding opgenomen. Op 13 maart 2020 heeft werknemer kenbaar gemaakt ontslag te willen nemen en bij GT te willen werken. EDNN heeft hem gefeliciteerd, maar een dag later wel op zijn concurrentiebeding gewezen. EDNN heeft werknemer erop gewezen dat zij hem zou houden aan zijn concurrentiebeding en dat hij het beding overtreedt als hij bij GT werkt. Werknemer heeft schorsing van het concurrentiebeding gevorderd, hetgeen door de kantonrechter is afgewezen. Werknemer heeft hoger beroep ingesteld.
Oordeel
Het verweer van EDNN dat de (verondersteld) aanwezige kennis op het gebied van productspecificaties een wapen in de concurrentiestrijd zal zijn en EDNN dus zwaarwegend belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding is onvoldoende onderbouwd. GT heeft verder geen toegang tot het computersysteem van EDNN. Wanneer werknemer bij GT werkt, kan hij niet in dat systeem komen en kan hij geen informatie uit dat systeem aanleveren voor door GT te produceren werkbonnen. De in het systeem van EDNN opgeslagen data zijn in zoverre niet bruikbaar voor werknemer. Concurrentievoordeel valt op dit punt daarom in zoverre niet te behalen. Bij handhaving van het concurrentiebeding heeft EDNN in zoverre geen belang. Daarnaast is onvoldoende aannemelijk dat EDNN een in de (in het hoofd opgeslagen) kennis van werknemer gelegen belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding. Bovendien geldt dat eventuele in het hoofd van werknemer aanwezige, voor vervolgorders relevante, kennis mogelijk wel van enig, maar niet van wezenlijk belang is. Het belang van werknemer om bij GT in dienst te kunnen treden is voldoende aannemelijk. Werknemer kan zich financieel en wat functie betreft verbeteren, hij heeft de zekerheid bij GT dat hij slechts in de dagdienst hoeft te werken en hij bewerkstelligt door zijn overstap naar GT dat hij los komt van de door hem als moeizaam ervaren samenwerking met de directeur van EDNN. Het concurrentiebeding wordt geschorst.