Rechtspraak
Rechtbank Overijssel (Locatie Zwolle), 23 juli 2020
ECLI:NL:RBOVE:2020:2690
Feiten
Seebright Vastgoed B.V. (hierna: Seebright) is een onderneming die zich bezighield met de aanleg en het onderhoud van sportvelden en de (online) verkoop van sportartikelen. Werknemer is op 20 februari 2017 in dienst getreden bij X in de functie van Sportveld onderhoudsman. X heeft haar statutaire naam op 5 februari 2019 gewijzigd in Seebright. Met ingang van 1 november 2019 heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst opgezegd. Werknemer vordert Seebright te veroordelen tot onder meer betaling van achterstallig loon over de periode van 2017 tot en met oktober 2019, inclusief de wettelijke verhoging en rente en om binnen vijf dagen na betekening van het in deze zaak gewezen vonnis aan werknemer deugdelijke bruto-nettospecificaties te verstrekken over de maanden januari tot en met oktober 2019, op straffe van een dwangsom.
Oordeel
Ter zitting is gebleken dat de vordering van werknemer grotendeels al was voldaan door middel van een betaling van het achterstallige loon. Werknemer heeft ter zitting toegelicht dat de procedure alleen nog dient ter verkrijging van de loonspecificaties of een jaaropgaaf over 2019. Werknemer heeft onbetwist gesteld dat hij die loonspecificaties of jaaropgaaf nodig heeft voor het indienen van de aangifte inkomstenbelasting over 2019. Nu de aangifte uiterlijk 1 september 2020 dient te geschieden, is de kantonrechter van oordeel dat werknemer het spoedeisend belang hiermee voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Op grond van artikel 7:626 BW is de werkgever verplicht om bij elke voldoening van het in geld vastgestelde loon de werknemer een schriftelijke of elektronische loonspecificatie te verstrekken. Seebright heeft die verplichting an sich niet betwist, maar heeft aangevoerd dat zij door een overgang van onderneming sinds 1 januari 2019 niet langer de werkgever is van werknemer. Seebright heeft de onderneming op 1 januari 2019 overgedragen, waarna Sport Compleet B.V is opgericht. Seebright stelt dat werknemer na de overgang van onderneming in dienst is gekomen bij Sport Compleet B.V. Werknemer betwist dat sprake is van een overgang van onderneming. Hoewel begin 2019 wel sprake is geweest van een mogelijke overname, zou deze nooit zijn afgerond. Ook is werknemer zijn loon in 2019 blijven ontvangen van Seebright. Om te kunnen beoordelen of werknemer zich ter verkrijging van de salarisspecificaties tot de juiste partij heeft gewend, beoordeelt de kantonrechter of sprake is van overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW. De gestelde overgang van onderneming is vormgegeven via een activa-passivatransactie door middel van een notariële akte. Deze akte is niet gepasseerd. Op de overgelegde ontwerpakte zijn twee handtekeningen geplaatst. Naar het oordeel van de kantonrechter is voorhands onvoldoende aannemelijk geworden dat met ondertekening van de ontwerpakte een voltooide activa-passivatransactie heeft plaatsgevonden. Verder acht de kantonrechter van doorslaggevende betekenis dat alle salarisbetalingen in 2019 door Seebright zijn verricht. Dit leidt ertoe dat de kantonrechter voorshands van oordeel is dat het aannemelijk is dat geen overgang van onderneming heeft plaatsgevonden, zodat het ervoor moet worden gehouden dat werknemer in dienst is gebleven van Seebright. De kantonrechter wijst de vordering tot afgifte van de salarisspecificaties over de maanden januari tot en met oktober 2019 toe en bepaalt daarbij de termijn op drie weken na heden.