Naar boven ↑

Rechtspraak

De Staat der Nederlanden/werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 11 augustus 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:7332
Werknemer die in strijd met de nachtdienstinstructie toestemming heeft gegeven om een pizza te laten bezorgen bij de PI en deuren heeft geopend dan wel heeft laten openen, heeft niet ernstig verwijtbaar gehandeld.

Feiten

Werknemer is op 24 januari 1997 aangesteld bij de PI de functie van Senior Penitentiair Inrichtingswerker. Werknemer verricht zijn werkzaamheden op een locatie waar een groot aantal gedetineerden gehuisvest zijn met een extreem, hoog of verhoogd risico tot ontvluchting en daarmee een groot maatschappelijk risico. Tevens is in deze inrichting de Terroristenafdeling gehuisvest als gevolg waarvan extra veiligheidsmaatregelen in acht dienen te worden genomen. Werknemer vervulde in de nacht van 4 op 5 februari 2020 de functie van wachtcommandant. Gedurende de nachtdienst is door een medewerker een pizza besteld. Hiervoor is omstreeks 22:45 uur zowel de buitenmuur als de binnendeur geopend om de pizzabezorger toegang te verschaffen tot de inrichting. Het Hoofd Veiligheid heeft vervolgens een intern onderzoek gestart. Werknemer is met ingang van 10 februari 2020 met onmiddellijke ingang geschorst en hem is de toegang tot de dienstonderdelen ontzegd. DJI verzoekt in onderhavige procedure ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens (ernstig) verwijtbaar handelen. DJI heeft hieraan ten grondslag gelegd dat er in de nacht van 4 op 5 februari 2020 meerdere malen gehandeld is op een wijze die indruist tegen de geldende gedragsregels, werkinstructies, het integriteitsbeleid en de protocollen binnen de organisatie en die de veiligheid van de aanwezige collega’s in gevaar had kunnen brengen. Dit alles zou wijzen op (ernstig) plichtsverzuim.

Oordeel

Met betrekking tot de aan werknemer verweten gedragingen wordt allereerst overwogen dat werknemer heeft erkend dat hij als PIW’er niet zijn uniform heeft gedragen. Werknemer stelt dat hij gedurende de drieëntwintig jaar dat hij werkzaam is bij DJI nog nooit eerder is aangesproken op het niet dragen van het juiste uniform. Nu op dit punt relevante (onderbouwde) stellingen van DJI ontbreken is onvoldoende duidelijk waarom hier sprake is van handelen dat gekwalificeerd kan worden als verwijtbaar. Voor wat betreft het openhouden van de tussendeuren door middel van het plaatsen van voorwerpen en het opheffen van de sluiswerking tijdens de nachtdienst hebben zowel werknemer als X, Y en Z uitdrukkelijk aangevoerd dat dit al geruime tijd de gangbare praktijk is, waarvan de leidinggevenden binnen PI ook op de hoogte waren en dat dit ook door hen werd toegelaten. De kantonrechter kan zich op grond van de door DJI overgelegde en ter zitting getoonde camerabeelden niet aan de indruk onttrekken dat, zoals door werknemer aangevoerd, een en ander staande praktijk is, nu te zien is dat X en Y zonder enige twijfel of hapering en met een geroutineerd gebaar de deuren openhouden door middel van het plaatsen van voorwerpen en dat zij vervolgens vrij heen en weer lopen. Ook de overgelegde verklaringen wijzen in die richting. Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor het standpunt van DJI en haar belang bij strikte handhaving van regels en protocollen binnen een zwaar beveiligde inrichting met een terroristenafdeling is onvoldoende gebleken dat DJI een strikt (sanctie)beleid naleeft ten aanzien van het openhouden van de tussendeuren en het opheffen van de sluiswerking. Door DJI zijn geen nadere stukken overgelegd waaruit blijkt dat medewerkers expliciet op de regels en de gevolgen van overtreding daarvan zijn geattendeerd, in die zin dat werknemer en zijn collega’s bewust waren van de ontoelaatbaarheid van hun gedrag en dat zij ook als een gewaarschuwd mens moeten worden geacht. Ter zitting is door werknemer niet langer weersproken dat hij hiërarchisch eindverantwoordelijk was. Werknemer geeft voorts erkend dat hij in strijd met de nachtdienstinstructie toestemming heeft gegeven om een pizza te laten bezorgen en de buitenmuur na 22:00 uur (terwijl geen sprake was van een calamiteit) te laten openen, zonder toestemming van een directielid, terwijl hij zelf de binnendeur heeft geopend om de pizzabezorger binnen te laten. Werknemer heeft aangevoerd dat de buitenmuur tijdens de nachtdienst wel vaker werd opengemaakt. Deze omstandigheden doen afbreuk aan de verwijtbaarheid van de gedraging van werknemer. Het voorgaande neemt niet weg dat goederen ongecontroleerd de inrichting zijn binnengekomen en dat daarmee een veiligheidsrisico in het leven is geroepen. Hoewel werknemer steken heeft laten vallen kan hem naar het oordeel van de kantonrechter niet een zo ernstig verwijt worden gemaakt dat dit een ontbinding op de e-grond kan rechtvaardigen. Verzoek om ontbinding wordt afgewezen.