Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 19 augustus 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:3264
Werkgeefster dient vakantiebijslag werkneemster te voldoen. Dat werkgeefster niet aan de skypezitting heeft deelgenomen, wordt aangemerkt als een niet-verschijnen op een mondelinge behandeling (art. 88 Rv in verbinding met art. 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid).

Feiten

Werkneemster is op 1 mei 2018 in dienst getreden van werkgeefster als assistent-accountant. De arbeidsovereenkomst is op 31 januari 2019 geëindigd na tussentijdse opzegging. Werkneemster vordert veroordeling van werkgeefster tot betaling van vakantiebijslag en afgifte van een deugdelijke bruto/nettospecificatie. De mondelinge behandeling heeft vanwege het coronavirus op 9 juli 2020 plaatsgevonden via een skypeverbinding. Werkgeefster heeft niet op deze skypezitting ingelogd of ingebeld, noch heeft iemand anders dat namens haar gedaan.

Oordeel

Niet-verschijnen werkgeefster

Op 26 juni 2020 heeft de rechtbank partijen uitgenodigd voor een skypezitting op 9 juli 2020 en verzocht om uiterlijk 4 juli 2020 hiervoor de noodzakelijke e-mail- en telefoongegevens toe te sturen. Op 6 juli 2020 heeft de griffier van de rechtbank werkgeefster per e-mail verzocht haar e-mailadres en telefoonnummer te verstrekken. Uit het telefonisch contact op 6 juli 2020 van de griffier met een medewerkster van werkgeefster, bleek dat zij de e-mail van 6 juli 2020 van de griffier had ontvangen. Op 7 juli 2020 heeft de griffier werkgeefster per e-mail nogmaals verzocht, uiterlijk om 15:00 uur die dag, haar e-mailadres en telefoonnummer door te geven. Eerst op 8 juli 2020 om 17:32 uur heeft zij aangegeven dat zij geen skypeverbinding kan maken. Uit het voorgaande blijkt naar het oordeel van de kantonrechter dat werkgeefster ruim de tijd heeft gehad om vóór 9 juli 2020 een e-mailadres door te geven waarmee zij een skypeverbinding zou kunnen maken. Zij heeft dit echter niet gedaan. Daarbij komt dat in de uitnodiging voor de zitting was vermeld dat het ook mogelijk is om met het in die e-mail vermelde telefoonnummer aan de skypezitting deel te nemen (in welk geval wel geluid maar geen beeld beschikbaar is). Door pas op 8 juli 2020 om 17:32 uur, dus aan het eind van de middag en daags vóór de zitting van de volgende ochtend om 9:00 uur, een bericht te sturen dat zij geen skypeverbinding kan maken, heeft werkgeefster zelf het risico genomen dat zij niet zou kunnen deelnemen aan de mondelinge behandeling. Dat werkgeefster niet aan de skypezitting heeft deelgenomen merkt de kantonrechter aan als een niet-verschijnen op een mondelinge behandeling zoals bedoeld in artikel 88 Rv in verbinding met artikel 2 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid.

Vakantiebijslag

Werkgeefster voert aan dat werkneemster te veel vakantiedagen heeft opgenomen. Werkneemster heeft dit gemotiveerd betwist. De kantonrechter overweegt dat werkgeefster haar stelling moet motiveren met gegevens uit haar vakantieadministratie. Werkgeefster heeft haar stelling echter niet onderbouwd met nadere stukken. Werkgeefster heeft ook geen inzage gegeven in haar verlofdagenadministratie. De verweren van werkgeefster tegen de vordering kunnen niet slagen. De gevorderde vakantiebijslag van € 1.843,20 bruto wordt dan ook toegewezen, inclusief wettelijke verhoging, die door de kantonrechter niet (ambtshalve) wordt gematigd. Het verzoek om een deugdelijke bruto/nettospecificatie is eveneens toewijsbaar.