Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting VSZ
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 13 augustus 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:7813
Eenzijdige wijziging pensioenvoorwaarden. Wijziging van onvoorwaardelijke indexatie is niet mogelijk, gelet op wijzigingsverbod ex artikel 20 Pw. Wijziging pensioengevend salaris evenmin mogelijk, daar geen sprake is van een zwaarwegend belang tot wijziging.

Feiten

Werknemer is op 1 september 1994 in dienst getreden van Stichting VSZ (hierna: SRK). Bij indiensttreding is aan werknemer een pensioentoezegging gedaan. Dit was een zogenoemde premievrije eindloonregeling met onvoorwaardelijke indexering voor zowel actieven als inactieven. Op 5 juni 2013 is tussen partijen een overeenkomst gesloten. In het kader van deze overeenkomst is de pensioenregeling van werknemer per die datum gewijzigd in een middelloonregeling. Sinds 2014 geldt het Pensioenreglement 2014. Hierin staat onder meer opgenomen dat SRK zich het recht voorbehoudt de pensioenregeling te wijzigen in geval van zwaarwegende belangen. Op 23 oktober 2017 heeft SRK een brief aan werknemer gestuurd, waarin SRK – rekening houdend met ingewonnen advies van de OR – een wijziging van de pensioenregeling per 1 januari 2017 heeft voorgesteld, inhoudende dat (1) geen pensioenopbouw meer plaatsvindt over de dertiende maand; (2) het partnerpensioen wordt verlaagd naar 60% van het ouderdomspensioen; en (3) de onvoorwaardelijke indexatie voor actieven wordt gewijzigd in een gemaximeerde voorwaardelijke indexatie, waarbij SRK ter financiering van die voorwaardelijke indexatie jaarlijks een bedrag in het toeslagendepot stort ter grootte van 3,7% van de totale pensioengevende loonsom. Werknemer heeft niet ingestemd met de voorgestelde wijzigingen. Op 20 december 2017 heeft SRK besloten de pensioenregeling per 1 januari 2017 eenzijdig te wijzigen voor de medewerkers die niet met de wijzigingen zoals genoemd in de brief van 23 oktober 2017 hebben ingestemd, met dien verstande dat het partnerpensioen ongewijzigd blijft (op 70% van het ouderdomspensioen). Kern van het geschil is of de wijziging ten aanzien van de beperking van het pensioengevend salaris (voor wat betreft de dertiende maand) en de wijziging van de toeslag van onvoorwaardelijk naar voorwaardelijk al dan niet (eenzijdig) zijn geëffectueerd. De overige wijzigingen raken werknemer niet.

Oordeel

Wijziging toeslag en de reikwijdte van artikel 20 Pensioenwet

Bij de vraag of wijziging van de indexatie mogelijk is, is tevens in geschil of dit ook mogelijk is voor wat betreft de vóór 1 januari 2017 opgebouwde pensioenaanspraken, gelet op artikel 20 Pw. Tussen partijen is in geschil of aan het begrip ‘pensioenaanspraak’ een beperking zit in die zin dat onvoorwaardelijke toeslagverlening alleen tot het moment van wijziging onder het begrip pensioenaanspraak valt. Dit is wat SRK betoogt, stellende dat alleen opgebouwde pensioenaanspraken onder het wijzigingsverbod vallen. De kantonrechter deelt dit standpunt niet en oordeelt kort gezegd dat het ervoor moet worden gehouden dat het wijzigingsverbod ook ziet op aanspraken op toekomstige onvoorwaardelijke toeslagverlening. De kantonrechter overweegt dat de toeslagverlening zoals werknemer die ontving als onvoorwaardelijk heeft te gelden en dat deze onvoorwaardelijke toeslagverlening dus onder het wijzigingsverbod van artikel 20 Pw valt. Artikel 20 Pw is van dwingend recht, hetgeen betekent dat wijziging van de onvoorwaardelijke indexatie over de tot 1 januari 2017 opgebouwde aanspraken op grond van artikel 7:613 BW of 19 Pw of op grond van artikel 7:611 BW in ieder geval niet mogelijk is.

Derogerende werking redelijkheid en billijkheid

Wijziging van de onvoorwaardelijke indexatie over ook de tot 1 januari 2017 opgebouwde pensioenaanspraken is wel mogelijk, indien de derogerende werking van artikel 6:248 lid 2 BW aan de toepassing van het wijzigingsverbod in de weg staat. SRK heeft zich onder meer op het standpunt gesteld dat ongewijzigde voortzetting voor SRK zou leiden tot een onaanvaardbare stijging van de pensioenlasten. De kantonrechter is op dit punt van oordeel dat SRK op zichzelf wel inzicht heeft gegeven in de berekening van de percentages, maar geen inzicht heeft gegeven in de aan de berekeningen ten grondslag liggende stukken en aldus onvoldoende heeft onderbouwd dat het gestelde financiële belang bestaat. In dat verband kan worden opgemerkt dat werknemer er terecht op wijst dat een stijging van de pensioenlasten op zichzelf nog niet veel zegt, omdat deze behalve door de lage rentestand, tevens kan zijn veroorzaakt door bijvoorbeeld een stijging van het aantal werknemers. De kantonrechter oordeelt voorts dat voorfinanciering niet alleen geen argument voor wijziging is geweest, maar ook geen wettelijke verplichting tot wijziging. Het standpunt dat continuering onaanvaardbaar zou zijn om die reden, wordt dus eveneens verworpen. Ook de verdere argumenten die SRK heeft aangedragen, zijn onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Zo is de stelling dat SRK een veel betere pensioenregeling had dan de cao Verzekeringsbedrijf Binnendienst en de pensioenregeling van Nationale Nederlanden, en door de wijziging marktconform werd, van onvoldoende gewicht om een dwingende wetsbepaling onaanvaardbaar te achten. De conclusie is dat eenzijdige wijziging van de onvoorwaardelijke indexatie niet mogelijk is.

Wijziging pensioengevend salaris

In het kader van de wijziging van het pensioengevend salaris kan SRK zich beroepen op het eenzijdig wijzigingsbeding zoals opgenomen in het pensioenreglement. De kantonrechter oordeelt echter dat de door SRK aangedragen omstandigheden onvoldoende zijn om te komen tot het oordeel dat de beperking van het pensioengevend salaris voldoende zwaarwegend is. Niet is aangetoond dat op de lange termijn de continuïteit van SRK in gevaar zou komen als de wijziging niet zou worden doorgevoerd. Dat de OR heeft ingestemd, vormt weliswaar een belangrijk aanknopingspunt voor het aannemen van een zwaarwichtig belang, maar doorslaggevend is het niet. De conclusie is dus dat de eenzijdige wijziging van het pensioengevend salaris (ook) niet mogelijk was.