Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 12 augustus 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:6264
Feiten
Werknemer is op 1 september 2015 in dienst getreden bij Geodis FF Netherlands B.V. (hierna: Geodis). In de arbeidsovereenkomst is onder meer een verbod op nevenwerkzaamheden met boetebeding opgenomen. Begin mei 2019 heeft werknemer zijn arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 1 juli 2019 met de mededeling dat hij in dienst zal treden bij Kerry Logistics (Netherlands) B.V. (hierna: Kerry Logistics), een concurrent van Geodis. Op 4 juni 2019 hebben TK Sales Global Airline Services en Impeco Sport & Event Logistics naar het e-mailadres van werknemer bij Geodis een e-mail verstuurd ten behoeve van deals bij Kerry Logistics. Bij brief van 5 juni 2019 heeft Geodis werknemer gesommeerd om zijn nevenwerkzaamheden te staken en gestaakt te houden. Daarbij heeft Geodis aangegeven dat werknemer met de overtreding van het nevenwerkzaamhedenbeding een boete van € 5.000 heeft verbeurd. Op 7 juni 2019 heeft werknemer contact gehad met Kerry Logistics. In deze procedure vordert Geodis betaling van vier keer € 5.000 vanwege het viermaal schenden van de arbeidsovereenkomst.
Oordeel
Het geschil tussen partijen betreft in de eerste plaats of werknemer in strijd met het verbod op nevenwerkzaamheden heeft gehandeld. Vast staat dat werknemer op 4 juni 2019 werkzaamheden heeft verricht voor Kerry Logistics. Werknemer stelt zich echter op het standpunt dat hij van Geodis toestemming had gekregen om vanaf 1 juni 2019 te beginnen bij Kerry Logistics, hetgeen Geodis betwist. Gelet op de gemotiveerde betwisting door Geodis acht de kantonrechter onvoldoende aannemelijk geworden dat werknemer van Geodis de toestemming heeft gekregen om per 1 juni 2019 bij zijn nieuwe werkgever aan de slag te gaan. Gelet op het feit dat de arbeidsovereenkomst nog tot 1 juli 2019 bestond, heeft werknemer met de werkzaamheden die hij vóór 1 juli 2019 voor Kerry Logistics heeft verricht het nevenwerkzaamhedenbeding overtreden. Er bestaat discussie over de vraag wat de omvang is van die overtreding. Niet in geschil is dat werknemer op 4 juni 2019 werkzaamheden heeft verricht voor Kerry Logistics. Dat met het ontvangen van twee e-mails op die datum sprake is van het twee keer overtreden van het nevenwerkzaamhedenbeding, zoals Geodis stelt, volgt de kantonrechter, mede gelet op de tekst van artikel 14 van de arbeidsovereenkomst, niet. Voorts acht de kantonrechter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat werknemer na 4 juni 2019 nog werkzaamheden voor Kerry Logistics heeft verricht. De aan werknemer gerichte e-mailberichten van 7 juni 2019 en 1 juli 2019 leveren daarvoor onvoldoende bewijs op. Vervolgens rijst de vraag of werknemer de boetes gesteld op overtreding van het nevenwerkzaamhedenbeding verbeurt. De kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding om de gevorderde boete te matigen tot nihil. In de gegeven omstandigheden leidt onverkorte toepassing van het boetebeding naar het oordeel van de kantonrechter tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat. De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Geodis zal afwijzen.