Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 13 oktober 2020
ECLI:NL:RBNHO:2020:8049
Feiten
Werknemer is met ingang van 1 september 2018 in dienst getreden bij Miegroup. Op 22 juni 2020 heeft Miegroup werknemer een conceptvaststellingsovereenkomst doen toekomen. Op dezelfde dag is werknemer vrijgesteld van werkzaamheden. Werknemer heeft de vaststellingsovereenkomst niet ondertekend. Op 24 juni 2020 heeft werknemer zijn werkzaamheden hervat. Op 29 juni 2020 heeft werknemer zich ziekgemeld. Op 3 augustus 2020 heeft de Arbodienst met werknemer gesproken. In de terugkoppeling van het spreekuur staat onder meer dat werknemer geen beperkingen als gevolg van ziekte heeft, maar dat er sprake is van forse spanningen in de werksituatie. Mediation kan zinvol zijn om afspraken te maken en oplossingen te zoeken. Op 7 augustus 2020 heeft een gesprek plaatsgevonden. Werknemer is per 7 augustus 2020 beter gemeld. Werknemer is vervolgens opgeroepen om zijn werkzaamheden per 10 augustus 2020 te hervatten. Dat heeft werknemer niet gedaan. Bij e-mail van 10 augustus 2020 wordt werknemer wederom opgeroepen om zijn werkzaamheden te hervatten per 12 augustus 2020. Indien werknemer dit niet doet, zal Miegroup overgaan tot opschorting van het salaris van werknemer. Bij e-mail van 13 augustus 2020 heeft Miegroup werknemer onder meer bericht dat, indien werknemer de dag erna niet op kantoor verschijnt, een loonstop wordt toegepast. Miegroup heeft het loon van werknemer tot omstreeks 12 augustus 2020 betaald. Werknemer vordert dat de kantonrechter Miegroup veroordeelt tot onder meer doorbetaling van zijn loon.
Oordeel
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Miegroup het loon van werknemer onterecht stopgezet. Daartoe wordt het volgende overwogen. Het recht op loon op en na 12 augustus 2020 moet worden beoordeeld aan de hand van artikel 7:628 lid 1 BW. Miegroup wijst er in dit verband op dat werknemer structureel en zonder deugdelijke reden heeft geweigerd gehoor te geven aan oproepen om het werk te hervatten, zodat het niet werken voor zijn rekening en risico komt. Miegroup gaat er daarbij echter aan voorbij dat volgens de arboarts sprake was van forse spanningen in de werksituatie en dat is geadviseerd om met elkaar in gesprek te gaan om afspraken te maken en oplossingen te zoeken. De arboarts heeft daarbij ook gezegd dat het inschakelen van mediation zinvol kan zijn. Partijen hebben hier aanvankelijk invulling aan gegeven door op 7 augustus 2020 een gesprek met elkaar te voeren. Voor Miegroup waren de problemen na het gesprek van 7 augustus 2020 opgelost en daarom heeft zij werknemer opgeroepen om op 10 augustus 2020 zijn werkzaamheden te hervatten. Naar het oordeel van de kantonrechter had Miegroup in dit geval niet mogen verwachten dat de forse spanningen in de werksituatie na één gesprek waren opgelost. Het is niet ongebruikelijk in dergelijke situaties een mediator in te schakelen, zoals ook is geadviseerd door de arboarts. In plaats daarvan heeft Miegroup ervoor gekozen werknemer meteen na het eerste gesprek op straffe van een loonstop op te roepen om te komen werken. De kantonrechter weegt daarbij mee dat in het stuk van de arboarts niet is vermeld dat werknemer het werk zou moeten hervatten. Dit alles leidt de kantonrechter tot het oordeel dat het voor rekening en risico van Miegroup komt dat er na 10 augustus 2020 geen arbeid is verricht en werknemer recht op loon behoudt. De loonvordering van werknemer is daarom toewijsbaar vanaf 12 augustus 2020.