Naar boven ↑

Rechtspraak

Renewi Nederland B.V./werknemer
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 15 september 2020
ECLI:NL:GHDHA:2020:1660
Werkgever kon in de gegeven omstandigheden – waarbij het UWV geen deskundigenverklaring kon afgeven omdat werknemer geen gehoor gaf aan de oproepen van het UWV – niet meer doen teneinde een deskundigenverklaring te verkrijgen. Ontbinding arbeidsovereenkomst op grond van (ernstig) verwijtbaar handelen.

Feiten

Werknemer is op 5 november 1999 in dienst getreden bij Renewi. Op 2 november 2018 heeft werknemer zich ziek gemeld. Op 3 januari 2019 heeft de bedrijfsarts werknemer arbeidsongeschikt geacht naar aanleiding van een telefonisch consult op 13 december 2018. Vervolgens is er in de periode van maart tot en met augustus 2019 nog en aantal keer contact geweest tussen werknemer en de bedrijfsarts.  Naar aanleiding van deze spreekuurcontacten heeft de bedrijfsarts steeds geoordeeld dat werknemer niet in staat was om zijn eigen functie of andere, aangepaste werkzaamheden uit te voeren vanwege ziekte. Naast de hiervoor genoemde contacten met de bedrijfsarts in de periode vanaf zijn ziekmelding heeft werknemer heeft in de periode van februari tot en met december 2019 zevenmaal niet gereageerd op oproepen/uitnodigingen voor het spreekuur bij de bedrijfsarts. Bij brief d.d. 30 september 2019 heeft Renewi werknemer een officiële waarschuwing gegeven, omdat hij zich niet zou houden aan zijn verplichtingen. Renewi heeft loonopschorting aangekondigd. Bij brief d.d. 17 oktober 2019 heeft Renewi aangegeven het loon met onmiddellijke ingang op te schorten en aangegeven dat als werknemer niet reageert, zij overgaat tot loonstopzetting. Uiteindelijk is de loonbetaling per 24 oktober 2019 stopgezet. Renewi heeft een deskundigenoordeel gevraagd bij het UWV, maar die heeft geen deskundigenoordeel kunnen geven, omdat werknemer geen gehoor heeft gegeven aan de oproepen van het UWV. Renewi heeft in eerste aanleg verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen, omdat er geen deskundigenverklaring is overlegd. Renewi is tijdig in hoger beroep gekomen.

Oordeel

Renewi stelt dat zij in de gegeven omstandigheden niet over de deskundigenverklaring hoeft te beschikken, omdat dit in redelijkheid niet van haar kan worden gevergd. Het hof overweegt dat Renewi terecht een beroep op deze uitzondering heeft gedaan. Renewi heeft het UWV immers gevraagd om een deskundigenverklaring te geven over de re-integratie-inspanningen. Een dergelijke verklaring kon niet worden afgegeven omdat werknemer niet heeft gereageerd op de oproepen van het UWV. Niet valt in te zien wat Renewi in de gegeven omstandigheden nog meer had kunnen en moeten doen teneinde wel een deskundigenverklaring te verkrijgen. Het overleggen daarvan kan dan ook in redelijkheid niet van Renewi worden gevergd. Het idee van de kantonrechter dat er verschil is tussen een deskundigenoordeel als bedoeld in artikel 7:629a BW en een deskundigenoordeel met betrekking tot de vraag of de werknemer voldoende gedaan heeft aan zijn re-integratieverplichtingen, vindt geen steun in het recht.

Ontbinding

Het herhaaldelijk geen gevolg geven aan deze oproepen/uitnodigingen kwalificeert het hof in beginsel als het verwijtbaar niet meewerken aan re-integratieverplichtingen. Dat medewerking in redelijkheid niet kon worden gevergd, is gesteld noch gebleken, nu werknemer niet is verschenen en dus geen enkel verweer heeft gevoerd. Het hof bepaalt dat de arbeidsovereenkomst op 16 september 2020 eindigt. Bovendien is sprake van ernstig verwijtbaar handelen, door herhaaldelijk, ook na opschorting van loon, niet te reageren op oproepen van de bedrijfsarts. Aan werknemer wordt dan ook geen transitievergoeding toegewezen.