Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Makelaardij X B.V.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 12 december 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:3461
Hof stelt zich, in lijn met jurisprudentie, kritisch op tegenover concurrentiebedingen die langer dan een jaar duren. Daarvoor moeten zwaarwegende omstandigheden aanwezig zijn.

Feiten

Werknemer is in 2005 bij Makelaardij X BV (hierna: ‘X’) in dienst getreden in de functie van assistent-makelaar. X exploiteert een makelaarskantoor dat is gevestigd in Middelharnis op het eiland Goeree-Overflakkee. Ook heeft X in het verleden een vestiging gehad op het eiland Voorne-Putten in Hellevoetsluis. Onderdeel van de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding, dat als volgt is geformuleerd: ‘Werknemer zal binnen 24 maanden na beëindiging van het dienstverband, geen werkzaamheden mogen verrichten op Goeree-Overflakkee en Voorne-Putten, direct of indirect, in dienstbetrekking, in opdracht of zelfstandig, voor zover deze werkzaamheden gelijk zijn aan of lijken op de werkzaamheden van de werkgever of gelieerde vennootschappen. Bij overtreding van dit artikel en alle overige bepalingen in deze overeenkomst genoemd zal er een dadelijke en ineens, zonder sommatie, opeisbare boete van eenhonderdduizend euro (€ 100.000,-) worden opgelegd onverminderd de verplichting tot volledige en onverminderde schadeloosstelling.’ Sinds 2010 heeft werknemer een andere functie gekregen en is hij beëdigd als makelaar. Ook is hij sindsdien geregistreerd taxateur en ingeschreven bij Stichting Vastgoedcert. Eind 2015 hebben partijen onderhandeld over een mogelijke overname van de onderneming door werknemer. De onderhandelingen hebben echter niet in een overname geresulteerd. In plaats daarvan heeft werknemer in 2016 zijn arbeidsovereenkomst opgezegd. X heeft hem toen medegedeeld dat zij hem aan het overeengekomen concurrentiebeding houdt. In een kortgedingprocedure vorderde werknemer het concurrentie geheel dan wel gedeeltelijk – te weten: voor het gebied Voorne-Putten – te schorsen. De kantonrechter heeft deze vordering afgewezen. Tegen dit oordeel keert werknemer in hoger beroep.

Oordeel eerste aanleg

Geoordeeld is dat de overgang van assistent-makelaar naar makelaar niet aan een beroep op het concurrentiebeding in de weg stond. De functiewijziging was ingrijpend, maar wél voorzienbaar. Daarom hoefde ook geen nieuw concurrentiebeding te worden overeengekomen. Ook de belangafweging viel uit het voordeel van X. Zij had evident belang bij de instandhouding van het concurrentiebeding, omdat zij haar handelsdebiet, ook in de regio Voorne-Putten, moest beschermen. Daarnaast heeft X aanzienlijk in werknemer geïnvesteerd en hem mogelijkheden geboden in het bedrijf te groeien. Voorts kwam betekenis toe aan de omstandigheid dat werknemer buiten de regio’s Goeree Overflakkee en Voorne-Putten als makelaar/taxateur aan de slag kan. Naar het oordeel van de kantonrechter hield het beding dan ook geen zodanige beperking voor werknemer in dat het belang van X daarvoor moest wijken.

Oordeel hoger beroep

Om proceseconomische redenen ziet het hof aanleiding allereerst grief III te bespreken. Met deze grief keert werknemer zich tegen het oordeel van de kantonrechter dat het concurrentiebeding in tijd noch in plaats zodanig beperkend voor hem is dat de belangen van X bij de instandhouding van het beding daarvoor moeten wijken. In dit verband stelt het hof voorop dat een concurrentiebeding de werknemer in een zwaarwegend belang (te weten: wijze van voorziening in levensonderhoud) treft. Hiertegenover staat dat het belang van de werkgever bij handhaving van het beding in tijd afneemt. In de jurisprudentie wordt een kritische houding gesignaleerd tegenover langer dan een jaar durende concurrentiebedingen (zie bijvoorbeeld: AR 2013-1000). Met inachtneming van deze lijn oordeelt het hof dat de termijn van twee jaar alléén is gerechtvaardigd als daarvoor zwaarwegende omstandigheden aanwezig zijn. Dergelijke omstandigheden heeft X onvoldoende aangetoond. De omstandigheden dat werknemer (1) een lang dienstverband heeft, (2) van investeringen heeft geprofiteerd, (3) specifieke bedrijfskennis heeft en (4) een klantenkring heeft opgebouwd leggen onvoldoende gewicht in de schaal. Zo staat tegenover de investeringen in werknemer dat X langdurig hiervan heeft geprofiteerd en haar investering daarom heeft terugverdiend. Ook is het hof niet gebleken waarom de specifieke bedrijfskennis van werknemer een termijn van twee jaar rechtvaardigt. Ook het gegeven dat werknemer een klantenkring heeft opgebouwd, rechtvaardigt niet het oordeel dat het belang van X zwaarder weegt. Ditzelfde geldt ook voor de omstandigheid dat werknemer kort na het einde van de arbeidsovereenkomst bij een makelaarskantoor in Ridderkerk in dienst is getreden en taxateuropdrachten als zzp’er heeft verworven. Het hof oordeelt na afweging van wederzijdse belangen dat het concurrentiebeding wordt geschorst voor zover het de duur van een jaar overstijgt. Aldus kan het beding vanaf 1 september 2017 niet meer worden ingeroepen. Omdat de datum van dit arrest is gelegen ná de datum waarop de eenjaarstermijn is verstreken, hebben partijen in deze kortgedingprocedure geen belang meer bij de bespreking van de overige grieven.