Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 27 november 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:9307
Feiten
Werknemer is met ingang van 1 oktober 2018 op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Mayfran Limburg B.V. (hierna: Mayfran) in de functie van monteur. Werknemer is sinds 9 december 2019 arbeidsongeschikt. Bij brief van 9 december 2019 heeft Mayfran het loon opgeschort. Bij vonnis van 15 mei 2020 heeft de kantonrechter van deze rechtbank geoordeeld dat Mayfran ten onrechte de betaling van het loon met ingang van 9 december 2019 heeft opgeschort. Op 7 mei 2020 heeft de bedrijfsarts een terugkoppeling aan Mayfran gegeven van het consult van werknemer. Daarin staat onder meer vermeld dat mediation wordt geadviseerd. Werkgever heeft opdracht gegeven om een mediationtraject op te starten. De mediator heeft werknemer uitgenodigd voor een eerste bespreking op 22 juni 2020. Bij brief van 22 juni 2020 deelt Mayfran werknemer schriftelijk mee dat – kort samengevat – de loonbetaling wordt gestopt vanwege het niet verschijnen bij de mediator. Er wordt een nieuwe afspraak gemaakt op 24 juni a.s. Werknemer verschijnt op 24 juni 2020 niet bij de mediator. In het terugkoppelingsadvies van de bedrijfsarts van het consult van 25 juni 2020 staat onder meer vermeld dat medisch gezien gesprekken met de mediator mogelijk zijn met het advies de gesprekken niet te lang te maken. Op 10 augustus 2020 heeft een gezamenlijk eerste mediationgesprek plaatsgevonden. Op 18 augustus 2020 heeft werknemer een uitnodiging van de mediator ontvangen voor een vervolggesprek op 25 augustus 2020. De gemachtigde van werknemer deelt in een e-mailbericht op 19 augustus 2020 mee aan Mayfran en de mediator dat werknemer wenst vast te houden aan de gemaakte afspraken en eerst het advies van de bedrijfsarts wil afwachten alvorens een vervolggesprek plaats zal vinden. De mediator heeft hier, nadat hij contact heeft gehad met de bedrijfsarts, schriftelijk op gereageerd en voorgesteld om op basis van dit gesprek toch een vervolgafspraak in te plannen op 25 augustus 2020. Werknemer is niet op deze afspraak verschenen. Diezelfde dag heeft Mayfran werknemer per brief bericht dat de loonbetaling met ingang van 24 augustus 2020 is gestaakt. Op de nadien door de mediator ingeplande gesprekken is werknemer – met bericht van afmelding – niet verschenen. Werknemer vordert in kort geding onder meer dat Mayfran wordt veroordeeld te loonstop op te heffen.
Oordeel
Aan het ontbreken van een deskundigenoordeel worden geen gevolgen verbonden. Of werknemer al dan niet op de afspraak van de mediator van 25 augustus 2020 had moeten verschijnen is afhankelijk van de vraag of partijen op 10 augustus 2020 hebben afgesproken dat het mediationtraject ‘on hold’ zou worden gezet en dat eerst het consult bij de bedrijfsarts zou worden afgewacht alvorens verder uitvoering zou worden gegeven aan het mediationtraject. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat werknemer voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze afspraak is gemaakt. Werknemer heeft daartoe verwezen naar de e-mail van de mediator van 19 augustus 2020 en de e-mail van de manager. Indien een dergelijke afspraak niet gemaakt zou zijn, kan de vraag van de mediator in zijn mail van 19 augustus 2020 of er inmiddels al een gesprek met de bedrijfsarts heeft plaatsgevonden in verband met het plannen van een vervolggesprek niet geplaatst worden. Deze vraag zou immers niet gesteld zijn althans niet relevant zijn als een dergelijke afspraak niet zou zijn gemaakt. Ook de reactie van de manager valt niet te plaatsen indien een dergelijke afspraak niet gemaakt zou zijn. Dat dit gezien dient te worden in het licht van de frustratie en woede bij Mayfran over de traagheid van de procedure is niet overtuigend. De door Mayfran in het geding gebrachte interne e-mail van 23 september 2020 van de manager gericht aan X, waarin hij schrijft dat een dergelijke afspraak over het afwachten van een herbeoordeling van de bedrijfsarts een impertinente leugen is, legt geen gewicht in de schaal gelet op de e-mail van de mediator van 19 augustus 2020 en de e-mail van de manager van 18 september 2020. Het had op de weg van Mayfran gelegen een verklaring van de mediator in het geding te brengen. Het bestaan van een e-mail aan de mediator ter zake van een verslaglegging/bevestiging van de gemaakte afspraken, waarnaar Mayfran ter zitting verwees, zegt werknemer niets en is niet door Mayfran in het geding gebracht. Gelet op deze omstandigheden levert het feit dat werknemer niet verschenen is op de afspraak met de mediator geen schending op van de op hem rustende re‑integratieverplichting en kan dit geen grond zijn voor een loonstop. Dit zou mogelijk anders zijn geweest als partijen geen afspraak hadden gemaakt, omdat uit het oordeel van de bedrijfsarts en bij gebreke van een andersluidend oordeel van een deskundige niet kan worden afgeleid dat werknemer niet in staat is deel te nemen aan mediation.